Skip to main content

Auteur: Fleur Varin

Grondprijsontwikkeling

De waarde van onroerend goed in Nederland is ook in 2025 blijven stijgen ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze ontwikkeling wordt enerzijds veroorzaakt door inflatie en anderzijds door de verhoudingen tussen vraag en aanbod. Binnen onze organisatie monitoren we de prijsontwikkelingen van zowel agrarische gronden als gronden bestemd voor andere doeleinden.

In 2016 voorspelden wij dat de gemiddelde prijs van landbouwgrond in 2026 boven de € 100.000,- per hectare zou uitkomen. Deze verwachting deelden wij destijds op de RMV in Gorinchem en dit leidde tot uiteenlopende reacties. Veel bezoekers achtten deze prijs onrealistisch gezien de opbrengsten: “Wie gaat dat betalen?” was een vaak gehoorde opmerking.

Recentelijk publiceerde het Kadaster dat de gemiddelde grondprijs in het derde kwartaal van 2025 € 92.900,- per hectare bedraagt, waarbij bouwland gemiddeld € 106.500,- per hectare kost en grasland € 80.600,- per hectare. De prognose is dat het gemiddelde van € 100.000,- per hectare in 2026 daadwerkelijk gehaald wordt.

Er wordt vaak gezocht naar verklaringen voor waardestijgingen. Gebruikelijk is dat bij prijsstijgingen verwacht wordt dat deze zich voortzetten, terwijl prijsdalingen doorgaans dezelfde dynamiek tonen. In theorie zou een evenwicht moeten ontstaan tussen de waarde en het rendement van een aankoop.

Vanuit agrarisch perspectief lijkt dit evenwicht momenteel verdwenen, aangezien de opbrengsten uit agrarische producten laag zijn, terwijl de grondprijzen verder stijgen. Op de lange termijn bestaat er wel degelijk een verband tussen opbrengsten en grondwaarde; immers, om aan de financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen, moet rendement gerealiseerd worden. Structureel lage bedrijfsresultaten zouden logischerwijs moeten leiden tot een prijsdaling, hoewel historische data deze correlatie slechts beperkt bevestigen. Andere factoren spelen blijkbaar een grotere rol.

Factoren

De druk op het landelijk gebied is de laatste jaren sterk toegenomen, mede door talrijke plannen gericht op realisatie op korte termijn. De Rijksoverheid werkt nationaal aan ruimtelijke opgaven binnen de context van de Nationale Omgevingsvisie, onder meer uitgewerkt in nationale en gebiedsgerichte programma’s. Bovendien wordt gewerkt aan een Nota Ruimte, met een horizon tot 2050 en een doorkijk naar 2100. In het ontwerp daarvan staan vier hoofdthema’s centraal:

  1. wonen, werken & bereikbaarheid
  2. economie & energie
  3. landbouw & natuur
  4. water & bodem.

Plannen rondom verdere verstedelijking, energietransitie, verduurzaming, uitbreiding van infrastructuur en natuurontwikkeling blijken aanzienlijk meer invloed te hebben op de grondprijs dan bedrijfsresultaten binnen de landbouwsector. De ruimtelijke claims op landbouwgrond nemen toe, al verschillen de regionale effecten. Met de bevolkingsprognoses richting 20,6 miljoen inwoners binnen veertig jaar zal de druk op beschikbare ruimte verder toenemen.

Voorspelling

Gezien de verwachte bevolkingsgroei en de noodzakelijke voorzieningen blijft de druk op de grondmarkt naar verwachting hoog. Dit blijkt ook uit het groeiend aantal voorkeursrechten die in het landelijk gebied gevestigd worden. En de laatste tijd zien we dat steeds vaker een overheidsinstantie de koper is van landbouwgrond waarmee ze meer grip op grondposities heeft.

Zo illustreert het overheidsvoornemen om circa 500 hectare te onttrekken in Moerdijk en ruim 1.000 hectare voor Defensie in o.a. Flevoland en Drenthe, de impact. Voor vervangingsaankopen kan dit effect hebben op 3.000 tot 5.000 hectare landbouwgrond, terwijl dergelijke oppervlakten landbouwgrond schaars zijn. De mobiliteit van de agrarische grondmarkt is beperkt en de vraag blijft groot, hetgeen de kans op verdere prijsstijgingen vergroot.

Stabilisatie

Stabilisatie van de grondprijzen zal vooral optreden wanneer de overheidsplannen op grote schaal worden bevroren, bijvoorbeeld als gevolg van onverwachte externe omstandigheden. Vergelijkbare situaties deden zich eerder voor op de woningmarkt, waarvan de prijzen na een crisisperiode uiteindelijk weer herstelden. Voor een gezondere balans tussen grondwaarde en geldontwaarding is het nodig om functies – zoals bijvoorbeeld defensie en natuur – te combineren op één locatie, en efficiënter om te gaan met de beperkte ruimte. Daarmee kan de druk op de grondmarkt mogelijk enigszins worden verlaagd.

Resumé

De huidige beleidsontwikkelingen leiden tot verdere verstedelijking, waardoor de druk op het landelijk gebied aanhoudt. Een daling van de landbouwgrondprijzen is op korte termijn niet waarschijnlijk, al blijft het exacte percentage van waardeontwikkeling moeilijk te voorspellen.

Positief is dat een investering in grond doorgaans haar waarde behoudt of doet toenemen met beperkt risico. Bezit van landbouwgrond blijft daarmee een waardevolle, relatief zekere investering. 

Wilt u strategisch advies over het uitbreiden of verkopen van uw grondbezit of wil de overheid uw grond/boerderij aankopen, dan komen we graag met u in gesprek.

Landbouwvrijstelling (een) eind in zicht?

Een veel besproken onderwerp, ook in onze praktijk, is de landbouwvrijstelling. In deze blog bespreek ik enkele praktische vragen die grondeigenaren zichzelf zouden moeten stellen met het oog op 1 januari 2028.

Deze datum wordt door betrokkenen genoemd als mogelijke datum dat de landbouwvrijstelling nu echt gaat eindigen.

1. Wat betekent het vervallen van de landbouwvrijstelling voor mijn fiscale positie?

De landbouwvrijstelling zorgt ervoor dat waardestijging van grond bij verkoop niet belast wordt. Als deze regeling vervalt, kan een verkoop leiden tot een aanzienlijke belastingheffing. De vraag is hoe deze regeling zal worden afgebouwd. Zal dit plaatsvinden middels een ‘harde’ datum? Of zal onze overheid hier coulant mee omgaan en wordt er een overgangsregeling in het leven geroepen?

Hoe dan ook, herwaardering lijkt het devies. Op welke wijze een mogelijke beëindiging zal worden geïmplementeerd is onduidelijk. Het meest waarschijnlijke is ofwel een herwaardering van uw grond vóór 2028, ofwel een beleidsmatige herwaardering op basis van regionale normbedragen. Iedereen moet voor zichzelf bepalen welk van de twee genoemde scenario’s het meest passend is, maar dat er rekening moet worden gehouden met een verandering, daar zijn de meeste partijen het wel over eens.


2. Hoe bepaal ik of mijn huidige boekwaarde ‘op peil’ is?

In de praktijk maken wij het nog regelmatig mee dat de boekwaarde aanzienlijk lager is dan het fiscale optimum.

Door grondbezitters wordt vaak gedacht: ‘ach het zal toch wel loslopen, er wordt immers al zo lang over gesproken.  Of: ‘zo’n taxatie kost alleen maar weer geld…

Dit is allemaal menselijk en daardoor begrijpelijk, maar let wel, een juiste boekwaarde kan men toch wel beschouwen als ‘laaghangend fruit’. Met de waardestijging van landbouwgrond die de afgelopen 15 jaar globaal verdubbeld is, kan een ieder voor zich bepalen of de boekwaarde nog op peil is.  In algemene zin geldt dat, wanneer de boekwaarde de afgelopen vijf jaar niet is aangepast, het verstandig is om te (laten) beoordelen of actie nodig is.

3. Welke stappen moet ik nu zetten om mijn positie te optimaliseren?

Met het vooruitzicht van een mogelijke afschaffing in 2028 en het besef dat de landbouwgrond de afgelopen 20 jaar alleen maar gestegen is, is het verleidelijk om een mogelijke herwaardering uit te stellen tot in het jaar 2027. Hierbij redeneert men dat de grond nog wel door zal blijven stijgen. Dit is een route die gevolgd kan worden, maar eenieder dient zich wel te realiseren dat er voor herwaardering een ‘aanleiding’ moet zijn.

Deze aanleiding kan bijvoorbeeld zijn een herstructurering van de onderneming (wijziging rechtsvorm, verschuiving winstdeling, et cetera). Vaak is een aanleiding om te waarderen niet zomaar te creëren, maar dient dit zorgvuldig met bijvoorbeeld een accountant te worden besproken.

Daarnaast kan worden gerekend op de mogelijkheid dat de overheid, in het kader van de afschaffing, een eenmalige uitzondering toestaat. Hierdoor ontstaat automatisch aanleiding om een taxatie uit te voeren, dan wel om te herwaarderen op basis van normbedragen.

Uitgaan van een coulante overheid kan natuurlijk ook, maar een gewaarschuwd mens…

4. Effecten bedrijfsopvolging of overdracht?

Een direct effect van het afschaffen van de landbouwvrijstelling voor de opvolgers is er (nog) niet. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat eventueel belaste claims ook naar de volgende voortzettende generaties kunnen worden doorgeschoven. Het is belangrijk om te beseffen dat een overdracht (verkoop) aan een bedrijfsopvolger als een ‘normale’ overdracht kan worden aangemerkt, met als gevolg dat er mogelijk moet worden afgerekend over de boekwinst.

Het is aanbevelenswaardig om geen onnodige fiscale ballast te laten ontstaan als deze kan worden voorkomen door (tijdig) te herwaarderen. Over het algemeen komt dit de rentabiliteit van een onderneming niet ten goede.

Vooralsnog is onbekend in hoeverre er een mogelijke samenhang is met andere fiscale regeling zoals bijvoorbeeld de bedrijfsopvolgingsregeling. Ook hiervoor geldt dat er in een ‘worst case scenario’ moet worden uitgegaan dat deze faciliteit eindig is.

5. Wat zijn de risico’s als ik niets doe?

Een eigenaar kan er uiteraard ook voor kiezen om af te wachten en alles op zich af te laten komen.

Zolang de onderneming voort bestaat en er geen wijzigingen zijn dan valt niet te verwachten dat er directe (fiscale) consequenties zullen zijn. Mogelijke gevolgen dienen zich pas aan wanneer er grond verkocht wordt.

Hiernaast is het aannemelijk dat ook financiers ‘iets gaan vinden’ van de boekwaardes van de landbouwgronden waar deze een financiering op verstrekt hebben.

Tot slot

De mogelijke afschaffing van de landbouwvrijstelling per 1 januari 2028 vraagt om tijdige aandacht en weloverwogen keuzes. Hoewel nog veel onzeker is over de exacte vormgeving van een overgangsregeling of herwaarderingsplicht, staat één ding vast: niets doen is óók een keuze, maar niet zonder risico’s. Door nu al inzicht te krijgen in de actuele boekwaardes, mogelijke herwaarderingsopties en de fiscale gevolgen bij verkoop of bedrijfsopvolging, voorkomt u dat u op een later moment wordt overvallen door financiële of fiscale consequenties.

Wilt u sparren over uw situatie, weten wat de mogelijke scenario’s voor uw onderneming betekenen of inzicht krijgen in de actuele waarde van uw landbouwgrond?
Wij denken graag met u mee. Tijdig handelen kan u namelijk veel rust, duidelijkheid en financiële ruimte opleveren.

Samen sterk tegen kanker

Ik doe mee met sportevenement Alpe d’HuZes. Op 4 juni 2026 zal ik, samen met team TVB, de Alpe d’Huez beklimmen.

Persoonlijke motivatie

In ons dagelijks leven, zowel privé als zakelijk, worden we helaas regelmatig geconfronteerd met de ziekte kanker. Ondanks de vooruitgang in onderzoek en het toenemende aantal mensen dat herstelt, blijft het een feit dat velen overlijden aan kanker of ermee moeten leren leven.

Ook in onze vriendengroep werden we het afgelopen jaar geconfronteerd met deze harde realiteit. Dit is voor mij een extra motivatie om samen met zeven teamleden van TVB op 4 juni 2026 de Alpe d’Huez te gaan beklimmen.

Alpe d’HuZes is een bijzonder sportevenement, waarbij deelnemers zoveel mogelijk geld ophalen voor onderzoek naar kanker en voor het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen die met kanker te maken hebben. Het doel is om gezamenlijk een bijdrage te leveren aan het terugdringen van deze ziekte.

Steun dit goede doel

Wilt u mij steunen en daarmee helpen om kanker verder terug te dringen? Door op onderstaande link te klikken kunt u eenvoudig doneren.

Stichting Alpe d’HuZes – Arno Huysmans

Alvast ontzettend bedankt voor uw bijdrage. Ik zal mij tot het uiterste inzetten tijdens de Alpe d’HuZes op 4 juni 2026!

Even voorstellen: Rieke Huysmans

Mijn naam is Rieke Huysmans. Ik ben 19 jaar en woon in het dorp Kruisland, in de provincie Noord-Brabant. Op dit moment studeer ik Bedrijfskunde aan Fontys Hogeschool in Tilburg.

Mijn interesse in het landelijk en agrarisch vastgoed

Sinds september 2025 volg ik de minor Landelijk en Agrarisch Vastgoed aan Aeres Hogeschool in Dronten. Mijn interesse voor dit vakgebied is ontstaan dankzij mijn vader (red.: Arno Huysmans), die als rentmeester werkt. Ik hoorde vroeger vaak dat hij veel op pad was naar boeren en dat sprak mij aan. Daardoor werd ik nieuwsgierig naar wat zijn vakgebied precies inhoudt. Door het volgen van deze minor krijg ik nu de kans om het werk van dichtbij te ervaren.

Praktijkervaring tijdens mijn stage bij Overwater

Voor deze minor loop ik in totaal 25 dagen stage bij Overwater. Op die manier krijg ik meer inzicht in dit vak. Ik ga zo vaak mogelijk mee met collega’s naar klanten, wat voor mij als beginneling erg leerzaam is. Daarnaast werk ik voor mijn studie aan twee opdrachten: een omgevingsanalyse en een taxatierapport. Ook hierdoor doe ik veel kennis op en herken ik steeds meer wanneer ik in de praktijk met verschillende collega’s meega.

Met deze stage wil ik onderzoeken of het werk binnen het landelijk en agrarisch vastgoed bij mij past en of ik mij hier in de toekomst verder in wil ontwikkelen. Ik kijk erg uit naar de rest van mijn stageperiode!

Even voorstellen: Roy de Bruijne

Mijn naam is Roy de Bruijne, ik ben 21 jaar en woon zowel in Oud-Beijerland als in Zuid-Beijerland. Ik studeer Landelijk Vastgoed en Makelaardij aan Aeres Hogeschool in Dronten. Momenteel ben ik bezig met mijn derde leerjaar.

Hoe ik bij Overwater terechtkwam

Ik ben bij het Rentmeesterskantoor terechtgekomen doordat ik in mijn vorige schooljaar een opdracht heb mogen uitvoeren bij het kantoor onder begeleiding van Pieter Kerkstra. Dat beviel zo goed, dat ik nu mijn stage hier mag lopen.

Tijdens mijn stage ben ik vijf dagen per week aanwezig en houd ik mij met zoveel mogelijk verschillende aspecten van het vakgebied bezig. Zo hoop ik aan het einde van mijn stage een zo volledig mogelijk beeld van het vak te hebben.

Mijn werkzaamheden bestaan onder meer uit:

  • meegaan met bedrijfsbezoeken en adviesgesprekken,
  • meekijken bij taxaties,
  • omgevingsplannen analyseren,
  • beheerplannen doornemen,
  • actuele ontwikkelingen binnen de agrarische sector volgen, etc.

Wat ik wil leren

Tijdens deze stage wil ik me verder verdiepen in de administratie- en beheersystemen die gebruikt worden, juridische aspecten, klantcontact en de veelzijdigheid van het rentmeestersvak.

Over mij

In mijn vrije tijd sport ik fanatiek. Ik loop hard, fiets, zwem en doe aan krachttraining. Daarnaast help ik zoveel mogelijk mee op ons akkerbouwbedrijf in Zuid-Beijerland, samen met mijn vader.

In de toekomst hoop ik de boerderij voort te zetten, gecombineerd met een rol binnen de rentmeesterij of makelaardij in het agrarisch vastgoed – of een andere specialisatie binnen het vakgebied.

Ik verheug me op het leren van nieuwe dingen om zo stap voor stap mijn vakkennis uit te bouwen en toe te passen. Dat gaat helemaal goedkomen!

Doelsturing in Brabants stikstofbeleid

Brabant gooit het stikstofroer om: boeren krijgen ruimte voor vakmanschap

De provincie Noord-Brabant zette jarenlang in op het terugdringen van stikstofuitstoot via stalemissiereductie. De focus lag op technische maatregelen in stallen. Tot vorige week…

Het oude stallenbeleid: veel techniek, weinig vertrouwen

Brabant gooit het oude stallenbeleid resoluut overboord. De inzet van dat beleid was het terugdringen van ammoniakuitstoot uit stallen met landbouwhuisdieren. Of het nu ging om varkens-, pluimvee- of (melk)rundveestallen: als ze ouder waren dan vijftien of twintig jaar, moesten ze worden gemoderniseerd.

Maar deze aanpak bleek in de praktijk allesbehalve succesvol. De technieken werkten niet altijd zoals beloofd, de juridische houdbaarheid ervan was twijfelachtig, en het vertrouwen onder veehouders raakte ernstig beschadigd. Tijd dus voor een rigoureuze koerswijziging. En geef het provinciebestuur eens ongelijk.

Doelsturing: ruimte voor vakmanschap en maatwerk

Bovenaan het nieuwe beleidsdocument prijkt straks in koeienletters: DOELSTURING.

Een term die klinkt als een frisse wind, maar wat betekent het eigenlijk? Kort gezegd: niet langer voorschrijven hóe boeren hun stikstofuitstoot moeten verminderen, maar wél vastleggen wát ze moeten bereiken. Het gaat om het doel, niet om de methode.

Veehouders krijgen de ruimte om hun vakmanschap in te zetten en zelf te bepalen hoe ze emissies reduceren. Of dat nu via managementmaatregelen, mestaanpak of andere innovatieve oplossingen is.

Een gedurfde aanpak, dat zeker. En ja, het beleid behoeft nog nadere uitwerking. Maar de politieke wil om het stikstofprobleem écht aan te pakken is eindelijk voelbaar. En dat is winst.

Juridische strijd ondermijnt vertrouwen

Veehouders hebben zich altijd bereid getoond om mee te denken en mee te werken aan oplossingen. Toch werd bij vergunningverlening nauwelijks rekening gehouden met hun bedrijfsvoering – niet op het erf, niet op de landbouwgronden, en ook niet met de maatregelen die zij zelf wilden inzetten. Alles draaide om staltechniek.

En juist die techniek bleek keer op keer juridisch kwetsbaar. Wie een emissiereducerende techniek toepaste, kon erop rekenen dat hij vroeg of laat in een juridische procedure belandde. De werking van staltechnieken is inmiddels een vast onderdeel van rechtszaken geworden.

Een beleid dat uitsluitend leunde op techniek, waarvan de effectiviteit juridisch werd betwist, leidde tot groot wantrouwen onder veehouders. Het geloof in het behalen van emissie- en natuurdoelen verdween als sneeuw voor de zon.

Vertrouwen als basis

Met het nieuwe doelsturingsbeleid krijgen veehouders eindelijk de kans om hun vakmanschap te tonen. Zij zullen bewijzen dat doelsturing bij hen in goede handen is. Het is een aanpak die lef vraagt van de overheid, maar ook vertrouwen geeft aan de sector.

Een koerswijziging met potentie. En met draagvlak onder veehouders.

De toenemende druk op de grond in Nederland

Als je het mij vraagt staat Nederland al jarenlang bekend als dat kleine kikkerlandje waar geen vierkante meter onbenut blijft. Waar we ooit land wonnen op de zee, lijkt de ruimte ons nu langzaam door de vingers te glippen. Van woningbouw tot natuurherstel, van infrastructuur tot energietransitie – de strijd om de vierkante meter is hevig. Ruimtegebrek en grondhonger zijn termen die vandaag de dag heel actueel zijn.

De druk op de Nederlandse grond is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen – en daarmee ook de prijs. Deze ontwikkeling heeft grote gevolgen voor diverse sectoren, waaronder voor de agrarische sector. Wij als rentmeesterskantoor zijn nauw betrokken in dit spanningsveld.

Grondprijzen blijven stijgen

De waarde van landbouwgrond in Nederland is al jarenlang aan een gestage opmars bezig.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland ligt inmiddels al hoger dan € 90.000 per hectare.
Vijf jaar geleden, in 2020, was dat gemiddelde nog geen € 65.000 per hectare. Deze stijging wordt gevoed door een combinatie van verschillende factoren:

1. Veranderende regelgeving

  • Veehouders kopen extra grond om hun bedrijfsvoering te verduurzamen en emissies te beperken.
  • De behoefte aan mestafzetruimte: de druk om grond te hebben voor mestplaatsing blijft groot.

2. Verstedelijking en woningbouw

  • Ruimtelijke druk op landbouwpercelen aan de rand van steden/dorpen door woningbouw en bedrijventerreinen.
  • Niet-agrarische kopers zoals gemeenten en projectontwikkelaars kopen grond met het oog op toekomstige bouw en drijven daarmee de prijzen op.

3. Opbrengsten in de landbouw

  • Hogere opbrengsten stimuleren investeren in eigen grond.

4. Schaarste aan landbouwgrond

  • Totaal areaal landbouwgrond krimpt nog altijd.
  • Beperkt aanbod van nabijgelegen percelen.
  • De schaarste van beschikbare grond vergroot de concurrentie.

5. Natuurherstel en stikstofbeleid

  • Overheden kopen grond voor natuurontwikkeling (bijv. Natuur Netwerk Nederland).
  • Boeren die stoppen verkopen steeds vaker aan niet-agrarische partijen.

6. Speculatie / belegging

  • Beleggers en particuliere investeerders stappen in, omdat grond steeds aantrekkelijker wordt als (waardevaste) investering.

Hoe is de grond in Nederland verdeeld?

Nederland heeft een totale oppervlakte van ongeveer 41.543 km², wat overeenkomt met 4.154.300 hectare. Deze oppervlakte omvat zowel land als water.

Volgens het CBS bestaat ongeveer 54% van het Nederlandse landoppervlak uit landbouwgrond, waarvan het grootste deel wordt gebruikt voor akkerbouw, grasland en tuinbouw.

Verder bestaat ongeveer 13% van Nederland uit bebouwing en infrastructuur.

Het overige deel (zo’n 34%) bestaat uit natuur, water en recreatie. De verwachting is dat het aandeel natuur in de toekomst verder zal gaan oplopen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) moet Nederland de komende 25 jaar 20-30% meer natuur aanleggen om Europese doelen voor biodiversiteit, waterkwaliteit en klimaat te halen. Als je kijkt naar de huidige verdeling van Nederland zoals hierboven omschreven, kan het bijna niet anders dan dat dit ten koste zal gaan van het aandeel landbouwgrond.

De rol van de rentmeester: bruggenbouwer tussen beleid en praktijk

De rentmeester is van oudsher de beheerder van landgoederen en agrarische gronden, maar zijn of haar rol is in de afgelopen decennia sterk verbreed. Tegenwoordig is de rentmeester een strategisch adviseur op het snijvlak van economie, landbouw, ecologie en ruimtelijke ordening.

Een rentmeester helpt grondeigenaren om keuzes te maken die zowel economisch als maatschappelijk verantwoord zijn. Wij vinden het als rentmeesterskantoor dan ook van groot belang om kennis te blijven vergaren over de actualiteiten en ontwikkelingen met betrekking tot wet- en regelgeving, marktontwikkelingen en gebiedsprocessen. Met deze kennis maken we de vertaalslag tussen beleid en de praktijk.
We zorgen er in ons vak voor dat belangen van verschillende partijen op elkaar worden afgestemd, met als doel een toekomstbestendig gebruik van de schaarse ruimte.

Conclusie

De onzekerheid in het toekomstige (landbouw)beleid is één van de bepalende factoren voor hoe de grondmarkt en de verdeling van de ruimte in Nederland zich verder gaat ontwikkelen. Nieuwe regelgeving kan de landbouwfunctie van bepaalde gronden fors gaan beperken, wat vermoedelijk zijn invloed gaat hebben op de agrarische grondprijs in specifieke regio’s. 
 
Toch is de verwachting dat de gemiddelde agrarische grondprijs voorlopig blijft stijgen. Die stijging geldt vooral voor kwalitatief goede landbouwgrond met beschikbaarheid van water. Met een sterke vraag en een beperkte beschikbaarheid, blijft dat soort grond een waardevaste en interessante investering.

Los van de prijs zal de druk op de grond in Nederland de komende jaren in ieder geval niet zomaar gaan afnemen.
 

De wolf en de zeven geitjes – en zijn terugkeer naar Nederland

Wie kent het sprookje niet? De wolf die listig de deur van het geitenhuis opent en chaos veroorzaakt. Generaties lang heeft dit verhaal ons beeld van de wolf gevormd: sluw, gevaarlijk, een roofdier dat niet te vertrouwen is. Maar sprookjes zijn geen werkelijkheid. Toch roept de herintreding van de wolf in Nederland vergelijkbare emoties op – van fascinatie tot bezorgdheid.

In deze blog besteed ik aandacht aan de herintreding van de wolf in Nederland, met cijfers, voor- en nadelen en een verwachting voor de toekomst.

Van sprookje naar realiteit – de wolf in cijfers

Na meer dan een eeuw afwezigheid is de wolf terug in ons land. Rond 1900 verdween hij uit Nederland, vooral door jacht en verlies van leefgebied. In 2015 werd de eerste wolf weer gespot, in 2018 vestigde de eerste wolf op de Noord-Veluwe en begin 2019 voegde zich hier een tweede wolf bij. Dit paartje kreeg sinds 2019 ieder jaar jongen en sindsdien groeit het aantal gestaag. In ons land zijn op dit moment 15 of 16 wolvenleefgebieden, bestaande uit 13 of 14 roedels en enkele solitaire wolven (bron: BIJ12).

De terugkeer van de wolf is geen toeval. In Europa is de soort beschermd onder de Habitatrichtlijn, waardoor jacht verboden is. Daarnaast zijn natuurgebieden beter verbonden, en er is voldoende prooi zoals reeën en wilde zwijnen. Nederland vormt een schakel in deze Europese ecologische netwerken.

Op basis van wolvenwaarnemingen komen wolven (zowel gevestigde roedels als solitaire wolven) voor in de provincies: Groningen, Friesland, Drenthe, Gelderland, Utrecht, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. Het ontbreken van gemelde wolvenwaarnemingen in de andere provincies is geen garantie dat de wolf daar inmiddels ook niet aanwezig is, sterker nog: het is onwaarschijnlijk dat de wolf zich niet over alle provincies zal verspreiden of inmiddels verspreid heeft.

De impact op mens en dier

De komst van de wolf brengt vragen met zich mee. Boeren maken zich zorgen over hun vee, natuurorganisaties zien kansen voor biodiversiteit. Er zijn subsidies voor het plaatsen van wolfwerende rasters, en er wordt gewerkt aan voorlichting om conflicten te voorkomen.

Sinds de terugkeer van de wolf in Nederland is de schade aan landbouwdieren aanzienlijk toegenomen. Volgens BIJ12 zijn er in 2024 maar liefst 795 aanvallen op landbouwdieren geregistreerd, waarbij 2445 dieren zijn gedood. Het gaat vooral om schapen, maar ook geiten, pony’s, alpaca’s en incidenteel veulens en runderen. In 2023 waren dat nog 426 aanvallen en 1417 gedode dieren, wat een stijging van ruim 86% betekent.

De provincies waar de meeste schade optreedt zijn Gelderland, Friesland en Drenthe, met enkele grote incidenten waarbij tientallen dieren in één nacht werden gedood.

Bram – de grote boze probleemwolf

Het incident waarbij wolf ‘Bram’ een kind verwondde, en wereldnieuws in Nederland werd, zorgde voor een schokgolf in Nederland. Tot dat moment werd de discussie over wolven vooral gevoerd in termen van ecologie en landbouwschade. ‘Bram’ kreeg weliswaar de meeste media aandacht, maar dit incident staat niet op zich. Zo zijn er in 2025 meldingen van bijtincidenten op de Hoge Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug en werd een boer uit Drenthe in 2023 bij een poging een wolf te verjagen in zijn arm gebeten.

Bram is inmiddels betiteld als ‘probleemwolf’, op 23 juli 2025 (2 maanden na het bijtincident) gaf de voorzieningenrechter groen licht om de vergunning tot het doden van Bram uit te voeren. Ondanks deze toestemming is Bram (voor zover bekend) nog niet gedood.  

Wat betekent de herintroductie van de wolf voor Nederland?

De herintreding van de wolf vraagt om balans. Hoe beschermen we landbouwbelangen én natuurwaarden? Hoe zorgen we dat angst niet overheerst, en verliezen we de feiten niet uit het oog? Beleidsmakers, ecologen en burgers zoeken samen naar antwoorden.

De verwachting is dat de wolvenpopulatie de komende jaren verder zal groeien, hopelijk binnen duidelijke ecologische en juridische grenzen, en brengt zowel kansen als uitdagingen. Voorstanders zien de wolf als een symbool van biodiversiteit en natuurlijke processen, terwijl tegenstanders zich zorgen maken over veeschade, veiligheid en kosten.

Het debat is nog lang niet voorbij, maar één ding lijkt zeker: de wolf is terug, en hij blijft voorlopig.

Nieuw pachtrecht neemt concrete vormen aan

In de afgelopen jaren is veel gediscussieerd over een nieuw te vormen pachtrecht. Het huidige pachtbeleid sluit niet (meer) aan op de agrarische praktijk. Vernieuwde pachtwetgeving zou duurzaamheid, langdurige zekerheid voor de pachter en rendement voor de verpachter beter moeten waarborgen. Demissionair staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Jean Rummenie, heeft op 3 juli 2025 in een brief aan de Kamer concrete wijzigingen voorgesteld.

langlopende pachtovereenkomsten

Zowel bij pachters als verpachters bestaat de wens om landbouwgrond langdurig in gebruik te geven. In het huidige pachtstelsel kan dat uitsluitend op basis van een pachtprijs gelijk aan de regionorm. In de praktijk leidt dit tot beperkt rendement voor verpachters waardoor langdurige pachtovereenkomsten niet of nauwelijks worden afgesloten. Bestaande reguliere pachtovereenkomsten blijven ook in het nieuwe stelstel ongewijzigd.

Voor nieuw overeen te komen reguliere pachtcontracten is de pachtprijs vrij te bepalen waarbij de prijs is gekoppeld aan een agrarische prijsindexatie. De overige bepalingen van reguliere pachtovereenkomsten, zoals indeplaatsstelling- en continuatierecht blijven ongewijzigd.

Rummenie stelt in zijn brief ook een nieuwe langlopende pachtvorm voor: duurzame langlopende pacht. Deze pachtvorm, af te sluiten voor los land en gebouwen, heeft een minimale duur van 24 jaar en is eindig. Het continuatierecht geldt hier dus niet. De pachtprijs is vrij overeen te komen en is eveneens gekoppeld aan een agrarische prijsindexatie.

De huidige pachtwetgeving ziet toe op alle agrarische ingebruikgeving tot 25 jaar. Doordat de minimale looptijd van duurzame langlopende pacht op 24 jaar wordt gesteld, maar dus ook langer mogelijk is, komt deze termijn van 25 jaar in het geding. Rummenie stelt voor om de termijn voor pachtwetgeving op te rekken naar 35 jaar. Dit zou als gevolg hebben dat agrarische erfpacht, wat buiten de pachtwetgeving staat, voor minimaal 36 jaar moeten worden afgesloten.

kortlopende pachtovereenkomsten

In bepaalde situaties is het wenselijk om landbouwgrond of agrarische gebouwen slechts voor een korte periode in gebruik te geven. In het huidige stelstel wordt voor los land geliberaliseerde pacht veelvuldig gebruikt, waarbij er tot maximaal 6 jaar een vrije pachtprijs kan worden overeengekomen. Volgens veel partijen in het debat leidt dit tot onwenselijke situaties waarbij er te weinig oog is voor lange termijn effecten en duurzaamheid.

Rummenie beoogt dit een halt toe te roepen door de pachtprijs bij kortdurende pacht te maximaliseren op de regionorm. Deze kortlopende pachtvorm is voor maximaal 12 jaar af te sluiten. Wanneer er korter dan 12 jaar wordt overeengekomen is de maximale pachtprijs lager dan de regionorm. Hoe langer de termijn, hoe hoger de maximale pachtprijs. De term ‘geliberaliseerd’ wordt, logischerwijs, niet meer genoemd.

Teeltpacht blijft grotendeels ongewijzigd. Deze pachtvorm met een vrije pachtprijs is voor maximaal 2 jaar af te sluiten voor gewassen die teeltrotatie behoeven. Er zal een lijst worden opgesteld met gewassen die volgens de wetgever geen teeltrotatie behoeven en daardoor niet in aanmerking komen voor deze pachtvorm.

Bedrijfsmatigheidstoets

Voor alle pachtvormen, behoudens teeltpacht, wordt een bedrijfsmatigheidstoets ingevoerd. Deze toets wordt van belang bij indeplaatsstelling en op het moment dat de pachter de AOW-leeftijd bereikt. Op verzoek van de verpachter, moet de pachter aantonen dat de pachtgrond door de pachter bedrijfsmatig, agrarisch wordt gebruikt.

Duurzaamheidsafspraken

Op vrijwillige basis moeten verpachters en pachters meer mogelijkheden krijgen om afspraken te maken over duurzaam gebruik van de pachtgronden. De staatssecretaris stelt voor om een lijst op te stellen met toegestane duurzaamheidsvoorwaarden. Met behulp van deze lijst, worden dan de duurzaamheidsbepalingen in pachtovereenkomsten getoetst door de grondkamer.

Vervolg

Het is goed om te zien dat er concrete voorstellen liggen voor een vernieuwd pachtrecht. De politieke discussie rondom het onderwerp lijkt grotendeels geklaard en momenteel wordt een wetsvoorstel voorbereid.

De langlopende pachtvormen lijken op dit momenteel kansrijk voor zowel pachter als verpachter. Echter, voor de kortlopende pacht lijkt zich een knelpunt te ontwikkelen doordat er een maximale (vaak lage) pachtprijs gehanteerd dient te worden.

Dit rijmt niet met de praktijk waarbij de pachtprijs een belangrijk selectiecriterium is bij zowel publieke als private verpachters. Het is immers van groot belang om met het pachtstelsel vraag en aanbod bij elkaar te kunnen brengen om de toestroom naar risicovolle grijze pacht een halt toe te roepen.

Natuurinclusief boeren door de ogen van een junior rentmeester

Als junior-rentmeester hoor ik de term natuurinclusief boeren vaak voorbij komen in mijn dagelijkse werk. Het is een vorm van landbouw waarbij, naast productie, ook nadrukkelijk wordt gekeken naar gezonde bodems, biodiversiteit en klimaat.

Agrariërs zorgen natuurlijk altijd zorgvuldig voor hun land: zonder een goede bodem is er geen opbrengst. Dit roept bij mij de vraag op: waarom is natuurinclusief boeren nodig, als een agrariër al zorgvuldig met zijn land omgaat?

Op het eerste gezicht lijkt dit een terechte vraag. Het verschil zit in het doel van het beheer. Gangbare landbouw richt zich vooral op voldoende opbrengst en verzorgt de bodem voor dat doel. Natuurinclusief boeren gaat verder: het combineert productief beheer met maatregelen die bijdragen aan biodiversiteit, bodemkwaliteit en klimaatbestendigheid op de lange termijn.

Voordelen voor natuur en wild

Natuurinclusief boeren biedt niet alleen voordelen voor de bodem en de gewassen, maar ook voor insecten en wild in en rond landbouwgebieden.

Bijen zijn voor de land- en tuinbouw belangrijk. Reeën, hazen en allerlei vogelsoorten vinden in kruidenrijke graslanden, houtwallen en akkerranden voedsel en beschutting.

Waar grote monoculturen minder leefruimte bieden, zorgt afwisseling in het landschap voor een gevarieerd geheel van leefgebieden. Dit komt niet alleen de dieren ten goede, maar kan het landschap ook aantrekkelijker maken voor mensen en recreatie.

Wat is natuurinclusief boeren?

Het concept natuurinclusief boeren is rond 2014 door het ministerie van Landbouw geïntroduceerd, met als doel landbouw en natuur dichter bij elkaar te brengen. Kort gezegd betekent het dat agrariërs productief blijven, maar tegelijkertijd meer rekening houden met natuur, landschap en biodiversiteit.

Vergeleken met gangbare landbouw houdt dit vaak in: minder kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, meer variatie in gewassen of graslanden, en ruimte voor landschapselementen zoals heggen en houtwallen.

Het onderwerp is in 2025 nog steeds actueel door het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), de aandacht voor biodiversiteit en de toenemende duurzaamheidseisen in pachtvoorwaarden.

Wat betekent dit voor de rol van de rentmeester?

Voor rentmeesters en grondeigenaren heeft natuurinclusief boeren steeds meer invloed op pacht en samenwerking:

1. Pachtvoorwaarden
Het komt voor dat pachtovereenkomsten duurzaamheidscriteria bevatten. Voorbeelden zijn het inzaaien van een bepaald percentage kruidenrijk grasland of afspraken over het gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen.

Soms zijn er beloningen voor pachters die investeren in natuurvriendelijke maatregelen, zoals langere contracten, wat automatisch voordelen oplevert voor pachters die deze maatregelen nemen.

Daarnaast kan de score van een bedrijf binnen het GLB, bijvoorbeeld goud, een belangrijke rol spelen.

2. Relatie met de pachter
De samenwerking verandert. Waar vroeger vooral werd gekeken naar naleving van regels, is nu meer gesprek nodig over wat haalbaar is, hoe de wensen van de verpachter aansluiten bij de agrarische bedrijfsvoering en hoe de grondeigenaar daarin kan ondersteunen. Vertrouwen en wederzijds begrip zijn daarbij cruciaal.

3. Rol van de rentmeester
Als rentmeester sta je tussen beleid en praktijk. Overheden en natuurorganisaties formuleren ambities, terwijl pachters zich richten op hun dagelijkse werkzaamheden op het land. De uitdaging is die werelden te verbinden: beleid vertalen naar realistische afspraken en zorgen dat agrariërs zich gehoord voelen.

Wat valt mij op als junior?

Wat mij opvalt, is de grote variatie in natuurinclusief boeren. Er is geen vast concept; het is een verzameling principes dat elke agrariër op zijn eigen manier invult. Sommige pachters zijn enthousiast en experimenteren graag, terwijl anderen meer volgend zijn en op een ander moment natuurinclusieve maatregelen nemen.

Juist die verschillen maken duidelijk dat natuurinclusief boeren maatwerk is, waarbij iedere agrariër zijn eigen weg kiest.