Skip to main content

Auteur: Fleur Varin

Even voorstellen: Marieke Heijboer

Mijn naam is Marieke Heijboer en sinds kort ben ik onderdeel van het Overwater‑team als Rentmeester / Taxateur Landelijk en Agrarisch Vastgoed (in opleiding).

Als dochter van een uienhandelaar is mijn liefde voor de agrarische sector mij met de paplepel ingegoten.

Na diverse commerciële functies binnen en buiten de agrarische sector bleef de wens bestaan om mij verder te ontwikkelen. Eind 2024 ben ik daarom gestart met de opleiding tot rentmeester, met als doel mijn agrarische kennis op een inhoudelijke en duurzame manier in te zetten voor het landelijk gebied.

Mijn drijfveer ligt in de dynamiek en veelzijdigheid van het vak en in mijn betrokkenheid bij het landelijk en agrarisch gebied. Voor opdrachtgevers wil ik een betrouwbare en zakelijke sparringpartner zijn, die met passie en oog voor alle belangen meedenkt. Daarbij voel ik mij professioneel gesteund door de brede ervaring en kennis binnen Overwater Rentmeesterskantoor. Samen dragen we op een constructieve manier bij aan de uitdagingen waar het landelijk gebied voor staat.

Naast mijn werk ben ik moeder van drie kinderen. In mijn vrije tijd sta ik regelmatig langs de lijn als supporter van twee fanatieke voetballers of ben ik zelf actief in de paardensport. Ik geniet van het buiten zijn, jonge paarden in de wei en van gezellige momenten met mijn gezin.

Ik maak graag kennis!

Telefonisch ben ik te bereiken via 06-12500663 en per e‑mail via mheijboer@ovtr.nl.

Terugblik op een 10-jarig jubileum

𝟭𝟬 𝗷𝗮𝗮𝗿! 𝗘𝗻 𝗻𝘂 𝘀𝘁𝗮 𝗶𝗸 𝗼𝗽𝗲𝗲𝗻𝘀 𝗮𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗮́𝗻𝗱𝗲𝗿𝗲 𝗸𝗮𝗻𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗰𝗮𝗺𝗲𝗿𝗮.

Een mooi moment om terug te kijken op een waardevolle en leerzame periode als Kantoormanager bij zowel Overwater Vastgoedadviseurs, Taxateurs en Rentmeesters – OVTR als Overwater Grondbeleid Adviesbureau.

De laatste jaren ben ik actief als Marketing- en Communicatiemanager binnen Overwater Vastgoedadviseurs, Taxateurs en Rentmeesters – OVTR. Samen met mijn collega’s werk ik aan een sterke positionering en zichtbaarheid van ons rentmeesterskantoor.

𝗢𝗻𝗯𝗲𝗸𝗲𝗻𝗱 𝗺𝗮𝗮𝗸𝘁 𝗼𝗻𝗯𝗲𝗺𝗶𝗻𝗱
Als mijn werk ter sprake komt, krijg ik vaak de vraag “𝘞𝘢𝘵 𝘥𝘰𝘦𝘵 𝘦𝘦𝘯 𝘳𝘦𝘯𝘵𝘮𝘦𝘦𝘴𝘵𝘦𝘳 𝘦𝘪𝘨𝘦𝘯𝘭𝘪𝘫𝘬?” of “𝘌𝘦𝘯 𝘳𝘦𝘯𝘵𝘮𝘦𝘦𝘴𝘵𝘦𝘳𝘴𝘬𝘢𝘯𝘵𝘰𝘰𝘳…𝘪𝘴 𝘥𝘢𝘵 𝘯𝘪𝘦𝘵 𝘰𝘶𝘥𝘦𝘳𝘸𝘦𝘵𝘴?”
Mijn antwoord? “𝘏𝘦𝘣 𝘫𝘦 𝘦𝘷𝘦𝘯… 😊?”

Want de werkzaamheden van een rentmeester zijn ontzettend veelzijdig en zéker niet ouderwets. De term ‘rentmeester’ mag dan eeuwenoud zijn, maar het vak is dynamisch en relevanter dan ooit. Het gaat veel verder dan agrarische grond: denk bijvoorbeeld aan taxaties, beleggen en investeren in landbouwgrond, (erf)pacht, beheer van agrarisch vastgoed en landgoederen, agrarische makelaardij, gebiedsontwikkeling, stikstof, onteigening en energietransitie.

𝗚𝗿𝗼𝗻𝗱 𝗮𝗹𝘀 𝗿𝗼𝗱𝗲 𝗱𝗿𝗮𝗮𝗱
Grond is allesbehalve saai of achterhaald. Zonder grond komt er letterlijk én figuurlijk niets van de grond. Het vormt het fundament van onze samenleving: van agrarische sector tot woningen, industrie, kantoren en natuur. Grond is schaars, waardevol en bepalend voor hoe we Nederland vormgeven.

𝗚𝗿𝗼𝗻𝗱 𝗶𝘀 𝗼𝗼𝗸 𝗲𝗺𝗼𝘁𝗶𝗲
Voor veel mensen is grond niet alleen bezit, maar ook emotie. Denk aan families die generaties lang een bedrijf runnen, een landgoed onderhouden of een perceel koesteren dat vol herinneringen zit.

Als rentmeester ben je adviseur, sparringpartner en soms mediator. Je helpt opdrachtgevers bij keuzes die ertoe doen – en dat geeft voldoening én relevantie.

𝗧𝗶𝗲𝗻 𝗷𝗮𝗮𝗿 𝗹𝗮𝘁𝗲𝗿
Tien jaar geleden had ik geen idee wat het werk van een rentmeester inhield. Nu weet ik: het is een boeiend vak waarin kennis, visie en mensenkennis samenkomen. En dat geldt niet alleen voor rentmeesters, maar ook voor onze backoffice-collega’s die achter de schermen alles soepel laten verlopen.

In mijn ogen verdient het brede rentmeesterschap meer aandacht en interesse.

En dan zijn die tien jaar ineens voorbij. Ik kijk niet alleen terug, maar vooral vooruit: naar projecten waarin we onze expertise zichtbaar maken én de bekendheid van het vak ‘rentmeester’ vergroten. Niet alleen voor onszelf, maar vooral om opdrachtgevers te helpen keuzes te maken en zich gesteund te voelen. Want daar doen we het uiteindelijk voor.

En ik ben blij dat ik daar mijn bijdrage aan mag leveren, vanachter de camera 😉.

november 2025

Werkelijk rendement in box 3 en regulier verpachte landbouwgrond

Wat verandert er in box 3 vanaf 2028?

Sinds 2001 wordt vermogen belast in box 3 tegen een forfaitair rendement. Het voornemen van de regering is om met ingang van 1 januari 2028 het vermogen in box 3 te gaan belasten tegen het werkelijke rendement. Dit kan grote gevolgen hebben voor beleggers in landbouwgrond, waarbij deze belegging in box 3 wordt gehouden.

Werkelijk rendement: wat betekent dit voor landbouwgrond?

Volgens de nieuwe systematiek wordt er belasting geheven over de waardeontwikkeling van onroerend goed, de zogenaamde vermogenswinstbelasting. Bij realisatie van winst op onroerend goed, het werkelijke rendement, is deze winst na 1 januari 2028 belast.

Dit staat in contrast met de huidige situatie waarbij belasting wordt geheven op basis van een fictief rendement, dus onafhankelijk van het werkelijke rendement.

Waardestijging van landbouwgrond: hoe groot is het effect?

Afgelopen jaren is de waarde van landbouwgrond gestegen. Sinds 2016 tot en met 2025 steeg de waarde van landbouwgrond met gemiddeld 5,5% per jaar. Ook de verpachte landbouwgrond is in waarde gestegen, met daarbij een direct rendement in de vorm van pacht.

Het overgrote deel van de box-3-beleggers in (regulier) verpachte landbouwgrond heeft in de afgelopen 10 jaar méér werkelijk rendement behaald dan het fictieve rendement van circa 6% gebaseerd op de verpachte waarde van de grond.

Impact op regulier verpachte landbouwgrond

Het grote verschil ontstaat in situaties waarbij landbouwgrond een grote waardesprong maakt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij verkoop van landbouwgrond voor een lucratieve ontwikkeling, maar ook wanneer regulier verpachte landbouwgrond pachtvrij komt. De waardestijging wordt dan gezien als werkelijk rendement en is vanaf 2028 belast.

Het is momenteel nog niet definitief wanneer die belastingaanslag wordt opgelegd: op het moment dat de waardestijging ontstaat, of op het moment dat de waardestijging daadwerkelijk door de eigenaar wordt geïncasseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.

Voorbeeldberekening: zo pakt de nieuwe belasting uit in de praktijk

Een perceel landbouwgrond is op 1 januari 2028 regulier verpacht en kent een waarde van € 60.000,- per hectare, terwijl de vrije marktwaarde van de grond € 100.000,- per hectare bedraagt.

Op 1 april 2028 eindigt de pachtovereenkomst, is het perceel vrij van pacht en is de waarde gelijk aan de vrije marktwaarde.

De eigenaar verkoopt de grond in 2028. Op 1 januari 2029 wordt de eigenaar geconfronteerd met een belaste waardestijging van 40% van de vrije marktwaarde (€ 40.000,- per hectare), tegen een tarief van 36%. De eigenaar betaalt dus € 40.000,- x 36% = € 14.400,- per hectare.

Ter vergelijking: in het huidige systeem zou niet de waardesprong belast worden, maar slechts een fictief rendement over de vrije waarde (bijv. ± 6% van € 100.000,- = € 6.000,-), waar vervolgens belasting over wordt geheven. De belastingdruk zou dus aanzienlijk lager zijn.

Wat betekent dit voor uw strategie als belegger?

Op basis van wat nu bekend is over het toekomstige box‑3‑stelsel, kan het raadzaam zijn om waardestijgingen die al te realiseren zijn, nog vóór 2028 daadwerkelijk te verzilveren. Hiermee voorkomt een belegger dat een waardesprong onder de toekomstige, vaak zwaardere, werkelijke‑rendementheffing valt.

De overstap naar een belastingstelsel op basis van werkelijk rendement vraagt om heroverweging van strategieën rondom verpachte grond, pachtvrije situaties en verkoopplanning. Voor beleggers is het een overweging om advies in te winnen over het optimale verkoopmoment als zij overwegen de grond te verkopen. Onze adviseurs denken graag met u mee, neem gerust contact met ons op.

Spuitzones in de praktijk

In onze praktijk komen we regelmatig in aanraking met het onderwerp spuitzones. In deze blog worden een aantal hoofdzaken met betrekking tot spuitzones besproken.

wat is een spuitzone?

Op agrarische percelen kunnen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden om de landbouwgewassen te beschermen tegen ziekten en plagen om veilig en hoogwaardig voedsel te produceren.

Een spuitzone is het gebied tussen het agrarisch perceel waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en een zogenaamde gevoelige functie. De gevoelige functies zijn bijvoorbeeld woningen, tuinen, scholen, etc. De spuitzone heeft als doel te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen door de wind (drift) van het agrarisch perceel op het perceel met de gevoelige functie neerkomen.

Afstand van een spuitzone

Een spuitzone is er dus voor bedoeld om een gevoelige functie te beschermen voor gewasbeschermingsmiddelen. Opvallend is dat er geen wettelijke regels zijn voor een spuitzone. Wel is er jurisprudentie met uitspraken over spuitzones.

Uit rechtspraak van de Raad van State blijkt dat een spuitzone van 50 meter breed niet als onredelijk wordt gezien. Deze 50 meter is in de praktijk dan ook aanvaard. Een dergelijke afstand kan ertoe leiden dat de agrariër beperkt wordt in de exploitatie van het landbouwperceel als blijkt dat gewasbeschermingsmiddelen niet meer gebruikt kunnen worden.

Een kleinere spuitzone kan acceptabel zijn als uit locatiespecifiek onderzoek blijkt dat de gevoelige functie ook bij een kleinere spuitzone voldoende beschermd is. Voldoende bescherming kan bijvoorbeeld een windsingel zijn, die de drift naar de spuitzone beperkt. Het onderzoek moet deugdelijk, concreet en overtuigend zijn. Lastig is dat er geen model voorhanden is om dit onderzoek uit te voeren.

Functie perceel

Spuitzones worden relevant bij wijziging van de functie van het perceel dat grenst aan het agrarische perceel. Op het moment dat de functie van het aangrenzende perceel wijzigt naar een gevoelige functie met een aanpassing van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA), kan in de voorschriften een spuitzone worden gedefinieerd.

Deze spuitzone kan gelegd worden op het agrarisch perceel, waardoor de agrarische exploitatie belemmerd wordt, wat schade oplevert. Mogelijk is deze schade te verhalen. Als de spuitzone op het perceel ligt, waarvan de functie wijzigt, zal de functie in de spuitzone moeten passen bij de spuitzone. Een voorbeeld is een parkeerplaats.

Belangrijk is om te realiseren dat gemeenten in een omgevingsplan ook specifieke regels kunnen opstellen voor spuitzones, die aangeven welke afstand er moet zijn tot de gevoelige functies. Mogelijk leidt dit tot een beperking in de agrarische exploitatie en tot schade.

Praktijk

In onze praktijk hebben wij ervaring met spuitzones. Een veelvoorkomende situatie is dat een perceel grenzend aan een agrarisch perceel wordt bebouwd met woningen, waardoor een zogenoemde gevoelige functie ontstaat. De bijbehorende spuitzone komt dan op het agrarisch perceel te liggen.

In overleg met de agrariër worden afspraken gemaakt over de inrichting van de spuitzone. De teelt in de spuitzone wordt bijvoorbeeld een akkerrand of een bloemenrand met gras. En de agrariër wordt verder gecompenseerd met vervangende grond. Op deze wijze kan de nieuwe functie worden gerealiseerd en is de agrariër gecompenseerd voor de spuitzone op het aangrenzende agrarische perceel.

Grondprijsontwikkeling

De waarde van onroerend goed in Nederland is ook in 2025 blijven stijgen ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze ontwikkeling wordt enerzijds veroorzaakt door inflatie en anderzijds door de verhoudingen tussen vraag en aanbod. Binnen onze organisatie monitoren we de prijsontwikkelingen van zowel agrarische gronden als gronden bestemd voor andere doeleinden.

In 2016 voorspelden wij dat de gemiddelde prijs van landbouwgrond in 2026 boven de € 100.000,- per hectare zou uitkomen. Deze verwachting deelden wij destijds op de RMV in Gorinchem en dit leidde tot uiteenlopende reacties. Veel bezoekers achtten deze prijs onrealistisch gezien de opbrengsten: “Wie gaat dat betalen?” was een vaak gehoorde opmerking.

Recentelijk publiceerde het Kadaster dat de gemiddelde grondprijs in het derde kwartaal van 2025 € 92.900,- per hectare bedraagt, waarbij bouwland gemiddeld € 106.500,- per hectare kost en grasland € 80.600,- per hectare. De prognose is dat het gemiddelde van € 100.000,- per hectare in 2026 daadwerkelijk gehaald wordt.

Er wordt vaak gezocht naar verklaringen voor waardestijgingen. Gebruikelijk is dat bij prijsstijgingen verwacht wordt dat deze zich voortzetten, terwijl prijsdalingen doorgaans dezelfde dynamiek tonen. In theorie zou een evenwicht moeten ontstaan tussen de waarde en het rendement van een aankoop.

Vanuit agrarisch perspectief lijkt dit evenwicht momenteel verdwenen, aangezien de opbrengsten uit agrarische producten laag zijn, terwijl de grondprijzen verder stijgen. Op de lange termijn bestaat er wel degelijk een verband tussen opbrengsten en grondwaarde; immers, om aan de financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen, moet rendement gerealiseerd worden. Structureel lage bedrijfsresultaten zouden logischerwijs moeten leiden tot een prijsdaling, hoewel historische data deze correlatie slechts beperkt bevestigen. Andere factoren spelen blijkbaar een grotere rol.

Factoren

De druk op het landelijk gebied is de laatste jaren sterk toegenomen, mede door talrijke plannen gericht op realisatie op korte termijn. De Rijksoverheid werkt nationaal aan ruimtelijke opgaven binnen de context van de Nationale Omgevingsvisie, onder meer uitgewerkt in nationale en gebiedsgerichte programma’s. Bovendien wordt gewerkt aan een Nota Ruimte, met een horizon tot 2050 en een doorkijk naar 2100. In het ontwerp daarvan staan vier hoofdthema’s centraal:

  1. wonen, werken & bereikbaarheid
  2. economie & energie
  3. landbouw & natuur
  4. water & bodem.

Plannen rondom verdere verstedelijking, energietransitie, verduurzaming, uitbreiding van infrastructuur en natuurontwikkeling blijken aanzienlijk meer invloed te hebben op de grondprijs dan bedrijfsresultaten binnen de landbouwsector. De ruimtelijke claims op landbouwgrond nemen toe, al verschillen de regionale effecten. Met de bevolkingsprognoses richting 20,6 miljoen inwoners binnen veertig jaar zal de druk op beschikbare ruimte verder toenemen.

Voorspelling

Gezien de verwachte bevolkingsgroei en de noodzakelijke voorzieningen blijft de druk op de grondmarkt naar verwachting hoog. Dit blijkt ook uit het groeiend aantal voorkeursrechten die in het landelijk gebied gevestigd worden. En de laatste tijd zien we dat steeds vaker een overheidsinstantie de koper is van landbouwgrond waarmee ze meer grip op grondposities heeft.

Zo illustreert het overheidsvoornemen om circa 500 hectare te onttrekken in Moerdijk en ruim 1.000 hectare voor Defensie in o.a. Flevoland en Drenthe, de impact. Voor vervangingsaankopen kan dit effect hebben op 3.000 tot 5.000 hectare landbouwgrond, terwijl dergelijke oppervlakten landbouwgrond schaars zijn. De mobiliteit van de agrarische grondmarkt is beperkt en de vraag blijft groot, hetgeen de kans op verdere prijsstijgingen vergroot.

Stabilisatie

Stabilisatie van de grondprijzen zal vooral optreden wanneer de overheidsplannen op grote schaal worden bevroren, bijvoorbeeld als gevolg van onverwachte externe omstandigheden. Vergelijkbare situaties deden zich eerder voor op de woningmarkt, waarvan de prijzen na een crisisperiode uiteindelijk weer herstelden. Voor een gezondere balans tussen grondwaarde en geldontwaarding is het nodig om functies – zoals bijvoorbeeld defensie en natuur – te combineren op één locatie, en efficiënter om te gaan met de beperkte ruimte. Daarmee kan de druk op de grondmarkt mogelijk enigszins worden verlaagd.

Resumé

De huidige beleidsontwikkelingen leiden tot verdere verstedelijking, waardoor de druk op het landelijk gebied aanhoudt. Een daling van de landbouwgrondprijzen is op korte termijn niet waarschijnlijk, al blijft het exacte percentage van waardeontwikkeling moeilijk te voorspellen.

Positief is dat een investering in grond doorgaans haar waarde behoudt of doet toenemen met beperkt risico. Bezit van landbouwgrond blijft daarmee een waardevolle, relatief zekere investering. 

Wilt u strategisch advies over het uitbreiden of verkopen van uw grondbezit of wil de overheid uw grond/boerderij aankopen, dan komen we graag met u in gesprek.

Landbouwvrijstelling (een) eind in zicht?

Een veel besproken onderwerp, ook in onze praktijk, is de landbouwvrijstelling. In deze blog bespreek ik enkele praktische vragen die grondeigenaren zichzelf zouden moeten stellen met het oog op 1 januari 2028.

Deze datum wordt door betrokkenen genoemd als mogelijke datum dat de landbouwvrijstelling nu echt gaat eindigen.

1. Wat betekent het vervallen van de landbouwvrijstelling voor mijn fiscale positie?

De landbouwvrijstelling zorgt ervoor dat waardestijging van grond bij verkoop niet belast wordt. Als deze regeling vervalt, kan een verkoop leiden tot een aanzienlijke belastingheffing. De vraag is hoe deze regeling zal worden afgebouwd. Zal dit plaatsvinden middels een ‘harde’ datum? Of zal onze overheid hier coulant mee omgaan en wordt er een overgangsregeling in het leven geroepen?

Hoe dan ook, herwaardering lijkt het devies. Op welke wijze een mogelijke beëindiging zal worden geïmplementeerd is onduidelijk. Het meest waarschijnlijke is ofwel een herwaardering van uw grond vóór 2028, ofwel een beleidsmatige herwaardering op basis van regionale normbedragen. Iedereen moet voor zichzelf bepalen welk van de twee genoemde scenario’s het meest passend is, maar dat er rekening moet worden gehouden met een verandering, daar zijn de meeste partijen het wel over eens.


2. Hoe bepaal ik of mijn huidige boekwaarde ‘op peil’ is?

In de praktijk maken wij het nog regelmatig mee dat de boekwaarde aanzienlijk lager is dan het fiscale optimum.

Door grondbezitters wordt vaak gedacht: ‘ach het zal toch wel loslopen, er wordt immers al zo lang over gesproken.  Of: ‘zo’n taxatie kost alleen maar weer geld…

Dit is allemaal menselijk en daardoor begrijpelijk, maar let wel, een juiste boekwaarde kan men toch wel beschouwen als ‘laaghangend fruit’. Met de waardestijging van landbouwgrond die de afgelopen 15 jaar globaal verdubbeld is, kan een ieder voor zich bepalen of de boekwaarde nog op peil is.  In algemene zin geldt dat, wanneer de boekwaarde de afgelopen vijf jaar niet is aangepast, het verstandig is om te (laten) beoordelen of actie nodig is.

3. Welke stappen moet ik nu zetten om mijn positie te optimaliseren?

Met het vooruitzicht van een mogelijke afschaffing in 2028 en het besef dat de landbouwgrond de afgelopen 20 jaar alleen maar gestegen is, is het verleidelijk om een mogelijke herwaardering uit te stellen tot in het jaar 2027. Hierbij redeneert men dat de grond nog wel door zal blijven stijgen. Dit is een route die gevolgd kan worden, maar eenieder dient zich wel te realiseren dat er voor herwaardering een ‘aanleiding’ moet zijn.

Deze aanleiding kan bijvoorbeeld zijn een herstructurering van de onderneming (wijziging rechtsvorm, verschuiving winstdeling, et cetera). Vaak is een aanleiding om te waarderen niet zomaar te creëren, maar dient dit zorgvuldig met bijvoorbeeld een accountant te worden besproken.

Daarnaast kan worden gerekend op de mogelijkheid dat de overheid, in het kader van de afschaffing, een eenmalige uitzondering toestaat. Hierdoor ontstaat automatisch aanleiding om een taxatie uit te voeren, dan wel om te herwaarderen op basis van normbedragen.

Uitgaan van een coulante overheid kan natuurlijk ook, maar een gewaarschuwd mens…

4. Effecten bedrijfsopvolging of overdracht?

Een direct effect van het afschaffen van de landbouwvrijstelling voor de opvolgers is er (nog) niet. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat eventueel belaste claims ook naar de volgende voortzettende generaties kunnen worden doorgeschoven. Het is belangrijk om te beseffen dat een overdracht (verkoop) aan een bedrijfsopvolger als een ‘normale’ overdracht kan worden aangemerkt, met als gevolg dat er mogelijk moet worden afgerekend over de boekwinst.

Het is aanbevelenswaardig om geen onnodige fiscale ballast te laten ontstaan als deze kan worden voorkomen door (tijdig) te herwaarderen. Over het algemeen komt dit de rentabiliteit van een onderneming niet ten goede.

Vooralsnog is onbekend in hoeverre er een mogelijke samenhang is met andere fiscale regeling zoals bijvoorbeeld de bedrijfsopvolgingsregeling. Ook hiervoor geldt dat er in een ‘worst case scenario’ moet worden uitgegaan dat deze faciliteit eindig is.

5. Wat zijn de risico’s als ik niets doe?

Een eigenaar kan er uiteraard ook voor kiezen om af te wachten en alles op zich af te laten komen.

Zolang de onderneming voort bestaat en er geen wijzigingen zijn dan valt niet te verwachten dat er directe (fiscale) consequenties zullen zijn. Mogelijke gevolgen dienen zich pas aan wanneer er grond verkocht wordt.

Hiernaast is het aannemelijk dat ook financiers ‘iets gaan vinden’ van de boekwaardes van de landbouwgronden waar deze een financiering op verstrekt hebben.

Tot slot

De mogelijke afschaffing van de landbouwvrijstelling per 1 januari 2028 vraagt om tijdige aandacht en weloverwogen keuzes. Hoewel nog veel onzeker is over de exacte vormgeving van een overgangsregeling of herwaarderingsplicht, staat één ding vast: niets doen is óók een keuze, maar niet zonder risico’s. Door nu al inzicht te krijgen in de actuele boekwaardes, mogelijke herwaarderingsopties en de fiscale gevolgen bij verkoop of bedrijfsopvolging, voorkomt u dat u op een later moment wordt overvallen door financiële of fiscale consequenties.

Wilt u sparren over uw situatie, weten wat de mogelijke scenario’s voor uw onderneming betekenen of inzicht krijgen in de actuele waarde van uw landbouwgrond?
Wij denken graag met u mee. Tijdig handelen kan u namelijk veel rust, duidelijkheid en financiële ruimte opleveren.

Samen sterk tegen kanker

Ik doe mee met sportevenement Alpe d’HuZes. Op 4 juni 2026 zal ik, samen met team TVB, de Alpe d’Huez beklimmen.

Persoonlijke motivatie

In ons dagelijks leven, zowel privé als zakelijk, worden we helaas regelmatig geconfronteerd met de ziekte kanker. Ondanks de vooruitgang in onderzoek en het toenemende aantal mensen dat herstelt, blijft het een feit dat velen overlijden aan kanker of ermee moeten leren leven.

Ook in onze vriendengroep werden we het afgelopen jaar geconfronteerd met deze harde realiteit. Dit is voor mij een extra motivatie om samen met zeven teamleden van TVB op 4 juni 2026 de Alpe d’Huez te gaan beklimmen.

Alpe d’HuZes is een bijzonder sportevenement, waarbij deelnemers zoveel mogelijk geld ophalen voor onderzoek naar kanker en voor het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen die met kanker te maken hebben. Het doel is om gezamenlijk een bijdrage te leveren aan het terugdringen van deze ziekte.

Steun dit goede doel

Wilt u mij steunen en daarmee helpen om kanker verder terug te dringen? Door op onderstaande link te klikken kunt u eenvoudig doneren.

Stichting Alpe d’HuZes – Arno Huysmans

Alvast ontzettend bedankt voor uw bijdrage. Ik zal mij tot het uiterste inzetten tijdens de Alpe d’HuZes op 4 juni 2026!

Even voorstellen: Rieke Huysmans

Mijn naam is Rieke Huysmans. Ik ben 19 jaar en woon in het dorp Kruisland, in de provincie Noord-Brabant. Op dit moment studeer ik Bedrijfskunde aan Fontys Hogeschool in Tilburg.

Mijn interesse in het landelijk en agrarisch vastgoed

Sinds september 2025 volg ik de minor Landelijk en Agrarisch Vastgoed aan Aeres Hogeschool in Dronten. Mijn interesse voor dit vakgebied is ontstaan dankzij mijn vader (red.: Arno Huysmans), die als rentmeester werkt. Ik hoorde vroeger vaak dat hij veel op pad was naar boeren en dat sprak mij aan. Daardoor werd ik nieuwsgierig naar wat zijn vakgebied precies inhoudt. Door het volgen van deze minor krijg ik nu de kans om het werk van dichtbij te ervaren.

Praktijkervaring tijdens mijn stage bij Overwater

Voor deze minor loop ik in totaal 25 dagen stage bij Overwater. Op die manier krijg ik meer inzicht in dit vak. Ik ga zo vaak mogelijk mee met collega’s naar klanten, wat voor mij als beginneling erg leerzaam is. Daarnaast werk ik voor mijn studie aan twee opdrachten: een omgevingsanalyse en een taxatierapport. Ook hierdoor doe ik veel kennis op en herken ik steeds meer wanneer ik in de praktijk met verschillende collega’s meega.

Met deze stage wil ik onderzoeken of het werk binnen het landelijk en agrarisch vastgoed bij mij past en of ik mij hier in de toekomst verder in wil ontwikkelen. Ik kijk erg uit naar de rest van mijn stageperiode!

Even voorstellen: Roy de Bruijne

Mijn naam is Roy de Bruijne, ik ben 21 jaar en woon zowel in Oud-Beijerland als in Zuid-Beijerland. Ik studeer Landelijk Vastgoed en Makelaardij aan Aeres Hogeschool in Dronten. Momenteel ben ik bezig met mijn derde leerjaar.

Hoe ik bij Overwater terechtkwam

Ik ben bij het Rentmeesterskantoor terechtgekomen doordat ik in mijn vorige schooljaar een opdracht heb mogen uitvoeren bij het kantoor onder begeleiding van Pieter Kerkstra. Dat beviel zo goed, dat ik nu mijn stage hier mag lopen.

Tijdens mijn stage ben ik vijf dagen per week aanwezig en houd ik mij met zoveel mogelijk verschillende aspecten van het vakgebied bezig. Zo hoop ik aan het einde van mijn stage een zo volledig mogelijk beeld van het vak te hebben.

Mijn werkzaamheden bestaan onder meer uit:

  • meegaan met bedrijfsbezoeken en adviesgesprekken,
  • meekijken bij taxaties,
  • omgevingsplannen analyseren,
  • beheerplannen doornemen,
  • actuele ontwikkelingen binnen de agrarische sector volgen, etc.

Wat ik wil leren

Tijdens deze stage wil ik me verder verdiepen in de administratie- en beheersystemen die gebruikt worden, juridische aspecten, klantcontact en de veelzijdigheid van het rentmeestersvak.

Over mij

In mijn vrije tijd sport ik fanatiek. Ik loop hard, fiets, zwem en doe aan krachttraining. Daarnaast help ik zoveel mogelijk mee op ons akkerbouwbedrijf in Zuid-Beijerland, samen met mijn vader.

In de toekomst hoop ik de boerderij voort te zetten, gecombineerd met een rol binnen de rentmeesterij of makelaardij in het agrarisch vastgoed – of een andere specialisatie binnen het vakgebied.

Ik verheug me op het leren van nieuwe dingen om zo stap voor stap mijn vakkennis uit te bouwen en toe te passen. Dat gaat helemaal goedkomen!

Doelsturing in Brabants stikstofbeleid

Brabant gooit het stikstofroer om: boeren krijgen ruimte voor vakmanschap

De provincie Noord-Brabant zette jarenlang in op het terugdringen van stikstofuitstoot via stalemissiereductie. De focus lag op technische maatregelen in stallen. Tot vorige week…

Het oude stallenbeleid: veel techniek, weinig vertrouwen

Brabant gooit het oude stallenbeleid resoluut overboord. De inzet van dat beleid was het terugdringen van ammoniakuitstoot uit stallen met landbouwhuisdieren. Of het nu ging om varkens-, pluimvee- of (melk)rundveestallen: als ze ouder waren dan vijftien of twintig jaar, moesten ze worden gemoderniseerd.

Maar deze aanpak bleek in de praktijk allesbehalve succesvol. De technieken werkten niet altijd zoals beloofd, de juridische houdbaarheid ervan was twijfelachtig, en het vertrouwen onder veehouders raakte ernstig beschadigd. Tijd dus voor een rigoureuze koerswijziging. En geef het provinciebestuur eens ongelijk.

Doelsturing: ruimte voor vakmanschap en maatwerk

Bovenaan het nieuwe beleidsdocument prijkt straks in koeienletters: DOELSTURING.

Een term die klinkt als een frisse wind, maar wat betekent het eigenlijk? Kort gezegd: niet langer voorschrijven hóe boeren hun stikstofuitstoot moeten verminderen, maar wél vastleggen wát ze moeten bereiken. Het gaat om het doel, niet om de methode.

Veehouders krijgen de ruimte om hun vakmanschap in te zetten en zelf te bepalen hoe ze emissies reduceren. Of dat nu via managementmaatregelen, mestaanpak of andere innovatieve oplossingen is.

Een gedurfde aanpak, dat zeker. En ja, het beleid behoeft nog nadere uitwerking. Maar de politieke wil om het stikstofprobleem écht aan te pakken is eindelijk voelbaar. En dat is winst.

Juridische strijd ondermijnt vertrouwen

Veehouders hebben zich altijd bereid getoond om mee te denken en mee te werken aan oplossingen. Toch werd bij vergunningverlening nauwelijks rekening gehouden met hun bedrijfsvoering – niet op het erf, niet op de landbouwgronden, en ook niet met de maatregelen die zij zelf wilden inzetten. Alles draaide om staltechniek.

En juist die techniek bleek keer op keer juridisch kwetsbaar. Wie een emissiereducerende techniek toepaste, kon erop rekenen dat hij vroeg of laat in een juridische procedure belandde. De werking van staltechnieken is inmiddels een vast onderdeel van rechtszaken geworden.

Een beleid dat uitsluitend leunde op techniek, waarvan de effectiviteit juridisch werd betwist, leidde tot groot wantrouwen onder veehouders. Het geloof in het behalen van emissie- en natuurdoelen verdween als sneeuw voor de zon.

Vertrouwen als basis

Met het nieuwe doelsturingsbeleid krijgen veehouders eindelijk de kans om hun vakmanschap te tonen. Zij zullen bewijzen dat doelsturing bij hen in goede handen is. Het is een aanpak die lef vraagt van de overheid, maar ook vertrouwen geeft aan de sector.

Een koerswijziging met potentie. En met draagvlak onder veehouders.