Skip to main content

Werkelijk rendement in box 3 en regulier verpachte landbouwgrond

Wat verandert er in box 3 vanaf 2028?

Sinds 2001 wordt vermogen belast in box 3 tegen een forfaitair rendement. Het voornemen van de regering is om met ingang van 1 januari 2028 het vermogen in box 3 te gaan belasten tegen het werkelijke rendement. Dit kan grote gevolgen hebben voor beleggers in landbouwgrond, waarbij deze belegging in box 3 wordt gehouden.

Werkelijk rendement: wat betekent dit voor landbouwgrond?

Volgens de nieuwe systematiek wordt er belasting geheven over de waardeontwikkeling van onroerend goed, de zogenaamde vermogenswinstbelasting. Bij realisatie van winst op onroerend goed, het werkelijke rendement, is deze winst na 1 januari 2028 belast.

Dit staat in contrast met de huidige situatie waarbij belasting wordt geheven op basis van een fictief rendement, dus onafhankelijk van het werkelijke rendement.

Waardestijging van landbouwgrond: hoe groot is het effect?

Afgelopen jaren is de waarde van landbouwgrond gestegen. Sinds 2016 tot en met 2025 steeg de waarde van landbouwgrond met gemiddeld 5,5% per jaar. Ook de verpachte landbouwgrond is in waarde gestegen, met daarbij een direct rendement in de vorm van pacht.

Het overgrote deel van de box-3-beleggers in (regulier) verpachte landbouwgrond heeft in de afgelopen 10 jaar méér werkelijk rendement behaald dan het fictieve rendement van circa 6% gebaseerd op de verpachte waarde van de grond.

Impact op regulier verpachte landbouwgrond

Het grote verschil ontstaat in situaties waarbij landbouwgrond een grote waardesprong maakt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij verkoop van landbouwgrond voor een lucratieve ontwikkeling, maar ook wanneer regulier verpachte landbouwgrond pachtvrij komt. De waardestijging wordt dan gezien als werkelijk rendement en is vanaf 2028 belast.

Het is momenteel nog niet definitief wanneer die belastingaanslag wordt opgelegd: op het moment dat de waardestijging ontstaat, of op het moment dat de waardestijging daadwerkelijk door de eigenaar wordt geïncasseerd, bijvoorbeeld bij verkoop.

Voorbeeldberekening: zo pakt de nieuwe belasting uit in de praktijk

Een perceel landbouwgrond is op 1 januari 2028 regulier verpacht en kent een waarde van € 60.000,- per hectare, terwijl de vrije marktwaarde van de grond € 100.000,- per hectare bedraagt.

Op 1 april 2028 eindigt de pachtovereenkomst, is het perceel vrij van pacht en is de waarde gelijk aan de vrije marktwaarde.

De eigenaar verkoopt de grond in 2028. Op 1 januari 2029 wordt de eigenaar geconfronteerd met een belaste waardestijging van 40% van de vrije marktwaarde (€ 40.000,- per hectare), tegen een tarief van 36%. De eigenaar betaalt dus € 40.000,- x 36% = € 14.400,- per hectare.

Ter vergelijking: in het huidige systeem zou niet de waardesprong belast worden, maar slechts een fictief rendement over de vrije waarde (bijv. ± 6% van € 100.000,- = € 6.000,-), waar vervolgens belasting over wordt geheven. De belastingdruk zou dus aanzienlijk lager zijn.

Wat betekent dit voor uw strategie als belegger?

Op basis van wat nu bekend is over het toekomstige box‑3‑stelsel, kan het raadzaam zijn om waardestijgingen die al te realiseren zijn, nog vóór 2028 daadwerkelijk te verzilveren. Hiermee voorkomt een belegger dat een waardesprong onder de toekomstige, vaak zwaardere, werkelijke‑rendementheffing valt.

De overstap naar een belastingstelsel op basis van werkelijk rendement vraagt om heroverweging van strategieën rondom verpachte grond, pachtvrije situaties en verkoopplanning. Voor beleggers is het een overweging om advies in te winnen over het optimale verkoopmoment als zij overwegen de grond te verkopen. Onze adviseurs denken graag met u mee, neem gerust contact met ons op.

Spuitzones in de praktijk

In onze praktijk komen we regelmatig in aanraking met het onderwerp spuitzones. In deze blog worden een aantal hoofdzaken met betrekking tot spuitzones besproken.

wat is een spuitzone?

Op agrarische percelen kunnen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden om de landbouwgewassen te beschermen tegen ziekten en plagen om veilig en hoogwaardig voedsel te produceren.

Een spuitzone is het gebied tussen het agrarisch perceel waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt en een zogenaamde gevoelige functie. De gevoelige functies zijn bijvoorbeeld woningen, tuinen, scholen, etc. De spuitzone heeft als doel te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen door de wind (drift) van het agrarisch perceel op het perceel met de gevoelige functie neerkomen.

Afstand van een spuitzone

Een spuitzone is er dus voor bedoeld om een gevoelige functie te beschermen voor gewasbeschermingsmiddelen. Opvallend is dat er geen wettelijke regels zijn voor een spuitzone. Wel is er jurisprudentie met uitspraken over spuitzones.

Uit rechtspraak van de Raad van State blijkt dat een spuitzone van 50 meter breed niet als onredelijk wordt gezien. Deze 50 meter is in de praktijk dan ook aanvaard. Een dergelijke afstand kan ertoe leiden dat de agrariër beperkt wordt in de exploitatie van het landbouwperceel als blijkt dat gewasbeschermingsmiddelen niet meer gebruikt kunnen worden.

Een kleinere spuitzone kan acceptabel zijn als uit locatiespecifiek onderzoek blijkt dat de gevoelige functie ook bij een kleinere spuitzone voldoende beschermd is. Voldoende bescherming kan bijvoorbeeld een windsingel zijn, die de drift naar de spuitzone beperkt. Het onderzoek moet deugdelijk, concreet en overtuigend zijn. Lastig is dat er geen model voorhanden is om dit onderzoek uit te voeren.

Functie perceel

Spuitzones worden relevant bij wijziging van de functie van het perceel dat grenst aan het agrarische perceel. Op het moment dat de functie van het aangrenzende perceel wijzigt naar een gevoelige functie met een aanpassing van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA), kan in de voorschriften een spuitzone worden gedefinieerd.

Deze spuitzone kan gelegd worden op het agrarisch perceel, waardoor de agrarische exploitatie belemmerd wordt, wat schade oplevert. Mogelijk is deze schade te verhalen. Als de spuitzone op het perceel ligt, waarvan de functie wijzigt, zal de functie in de spuitzone moeten passen bij de spuitzone. Een voorbeeld is een parkeerplaats.

Belangrijk is om te realiseren dat gemeenten in een omgevingsplan ook specifieke regels kunnen opstellen voor spuitzones, die aangeven welke afstand er moet zijn tot de gevoelige functies. Mogelijk leidt dit tot een beperking in de agrarische exploitatie en tot schade.

Praktijk

In onze praktijk hebben wij ervaring met spuitzones. Een veelvoorkomende situatie is dat een perceel grenzend aan een agrarisch perceel wordt bebouwd met woningen, waardoor een zogenoemde gevoelige functie ontstaat. De bijbehorende spuitzone komt dan op het agrarisch perceel te liggen.

In overleg met de agrariër worden afspraken gemaakt over de inrichting van de spuitzone. De teelt in de spuitzone wordt bijvoorbeeld een akkerrand of een bloemenrand met gras. En de agrariër wordt verder gecompenseerd met vervangende grond. Op deze wijze kan de nieuwe functie worden gerealiseerd en is de agrariër gecompenseerd voor de spuitzone op het aangrenzende agrarische perceel.

Grondprijsontwikkeling

De waarde van onroerend goed in Nederland is ook in 2025 blijven stijgen ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze ontwikkeling wordt enerzijds veroorzaakt door inflatie en anderzijds door de verhoudingen tussen vraag en aanbod. Binnen onze organisatie monitoren we de prijsontwikkelingen van zowel agrarische gronden als gronden bestemd voor andere doeleinden.

In 2016 voorspelden wij dat de gemiddelde prijs van landbouwgrond in 2026 boven de € 100.000,- per hectare zou uitkomen. Deze verwachting deelden wij destijds op de RMV in Gorinchem en dit leidde tot uiteenlopende reacties. Veel bezoekers achtten deze prijs onrealistisch gezien de opbrengsten: “Wie gaat dat betalen?” was een vaak gehoorde opmerking.

Recentelijk publiceerde het Kadaster dat de gemiddelde grondprijs in het derde kwartaal van 2025 € 92.900,- per hectare bedraagt, waarbij bouwland gemiddeld € 106.500,- per hectare kost en grasland € 80.600,- per hectare. De prognose is dat het gemiddelde van € 100.000,- per hectare in 2026 daadwerkelijk gehaald wordt.

Er wordt vaak gezocht naar verklaringen voor waardestijgingen. Gebruikelijk is dat bij prijsstijgingen verwacht wordt dat deze zich voortzetten, terwijl prijsdalingen doorgaans dezelfde dynamiek tonen. In theorie zou een evenwicht moeten ontstaan tussen de waarde en het rendement van een aankoop.

Vanuit agrarisch perspectief lijkt dit evenwicht momenteel verdwenen, aangezien de opbrengsten uit agrarische producten laag zijn, terwijl de grondprijzen verder stijgen. Op de lange termijn bestaat er wel degelijk een verband tussen opbrengsten en grondwaarde; immers, om aan de financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen, moet rendement gerealiseerd worden. Structureel lage bedrijfsresultaten zouden logischerwijs moeten leiden tot een prijsdaling, hoewel historische data deze correlatie slechts beperkt bevestigen. Andere factoren spelen blijkbaar een grotere rol.

Factoren

De druk op het landelijk gebied is de laatste jaren sterk toegenomen, mede door talrijke plannen gericht op realisatie op korte termijn. De Rijksoverheid werkt nationaal aan ruimtelijke opgaven binnen de context van de Nationale Omgevingsvisie, onder meer uitgewerkt in nationale en gebiedsgerichte programma’s. Bovendien wordt gewerkt aan een Nota Ruimte, met een horizon tot 2050 en een doorkijk naar 2100. In het ontwerp daarvan staan vier hoofdthema’s centraal:

  1. wonen, werken & bereikbaarheid
  2. economie & energie
  3. landbouw & natuur
  4. water & bodem.

Plannen rondom verdere verstedelijking, energietransitie, verduurzaming, uitbreiding van infrastructuur en natuurontwikkeling blijken aanzienlijk meer invloed te hebben op de grondprijs dan bedrijfsresultaten binnen de landbouwsector. De ruimtelijke claims op landbouwgrond nemen toe, al verschillen de regionale effecten. Met de bevolkingsprognoses richting 20,6 miljoen inwoners binnen veertig jaar zal de druk op beschikbare ruimte verder toenemen.

Voorspelling

Gezien de verwachte bevolkingsgroei en de noodzakelijke voorzieningen blijft de druk op de grondmarkt naar verwachting hoog. Dit blijkt ook uit het groeiend aantal voorkeursrechten die in het landelijk gebied gevestigd worden. En de laatste tijd zien we dat steeds vaker een overheidsinstantie de koper is van landbouwgrond waarmee ze meer grip op grondposities heeft.

Zo illustreert het overheidsvoornemen om circa 500 hectare te onttrekken in Moerdijk en ruim 1.000 hectare voor Defensie in o.a. Flevoland en Drenthe, de impact. Voor vervangingsaankopen kan dit effect hebben op 3.000 tot 5.000 hectare landbouwgrond, terwijl dergelijke oppervlakten landbouwgrond schaars zijn. De mobiliteit van de agrarische grondmarkt is beperkt en de vraag blijft groot, hetgeen de kans op verdere prijsstijgingen vergroot.

Stabilisatie

Stabilisatie van de grondprijzen zal vooral optreden wanneer de overheidsplannen op grote schaal worden bevroren, bijvoorbeeld als gevolg van onverwachte externe omstandigheden. Vergelijkbare situaties deden zich eerder voor op de woningmarkt, waarvan de prijzen na een crisisperiode uiteindelijk weer herstelden. Voor een gezondere balans tussen grondwaarde en geldontwaarding is het nodig om functies – zoals bijvoorbeeld defensie en natuur – te combineren op één locatie, en efficiënter om te gaan met de beperkte ruimte. Daarmee kan de druk op de grondmarkt mogelijk enigszins worden verlaagd.

Resumé

De huidige beleidsontwikkelingen leiden tot verdere verstedelijking, waardoor de druk op het landelijk gebied aanhoudt. Een daling van de landbouwgrondprijzen is op korte termijn niet waarschijnlijk, al blijft het exacte percentage van waardeontwikkeling moeilijk te voorspellen.

Positief is dat een investering in grond doorgaans haar waarde behoudt of doet toenemen met beperkt risico. Bezit van landbouwgrond blijft daarmee een waardevolle, relatief zekere investering. 

Wilt u strategisch advies over het uitbreiden of verkopen van uw grondbezit of wil de overheid uw grond/boerderij aankopen, dan komen we graag met u in gesprek.

Even voorstellen: Rieke Huysmans

Mijn naam is Rieke Huysmans. Ik ben 19 jaar en woon in het dorp Kruisland, in de provincie Noord-Brabant. Op dit moment studeer ik Bedrijfskunde aan Fontys Hogeschool in Tilburg.

Mijn interesse in het landelijk en agrarisch vastgoed

Sinds september 2025 volg ik de minor Landelijk en Agrarisch Vastgoed aan Aeres Hogeschool in Dronten. Mijn interesse voor dit vakgebied is ontstaan dankzij mijn vader (red.: Arno Huysmans), die als rentmeester werkt. Ik hoorde vroeger vaak dat hij veel op pad was naar boeren en dat sprak mij aan. Daardoor werd ik nieuwsgierig naar wat zijn vakgebied precies inhoudt. Door het volgen van deze minor krijg ik nu de kans om het werk van dichtbij te ervaren.

Praktijkervaring tijdens mijn stage bij Overwater

Voor deze minor loop ik in totaal 25 dagen stage bij Overwater. Op die manier krijg ik meer inzicht in dit vak. Ik ga zo vaak mogelijk mee met collega’s naar klanten, wat voor mij als beginneling erg leerzaam is. Daarnaast werk ik voor mijn studie aan twee opdrachten: een omgevingsanalyse en een taxatierapport. Ook hierdoor doe ik veel kennis op en herken ik steeds meer wanneer ik in de praktijk met verschillende collega’s meega.

Met deze stage wil ik onderzoeken of het werk binnen het landelijk en agrarisch vastgoed bij mij past en of ik mij hier in de toekomst verder in wil ontwikkelen. Ik kijk erg uit naar de rest van mijn stageperiode!

Even voorstellen: Roy de Bruijne

Mijn naam is Roy de Bruijne, ik ben 21 jaar en woon zowel in Oud-Beijerland als in Zuid-Beijerland. Ik studeer Landelijk Vastgoed en Makelaardij aan Aeres Hogeschool in Dronten. Momenteel ben ik bezig met mijn derde leerjaar.

Hoe ik bij Overwater terechtkwam

Ik ben bij het Rentmeesterskantoor terechtgekomen doordat ik in mijn vorige schooljaar een opdracht heb mogen uitvoeren bij het kantoor onder begeleiding van Pieter Kerkstra. Dat beviel zo goed, dat ik nu mijn stage hier mag lopen.

Tijdens mijn stage ben ik vijf dagen per week aanwezig en houd ik mij met zoveel mogelijk verschillende aspecten van het vakgebied bezig. Zo hoop ik aan het einde van mijn stage een zo volledig mogelijk beeld van het vak te hebben.

Mijn werkzaamheden bestaan onder meer uit:

  • meegaan met bedrijfsbezoeken en adviesgesprekken,
  • meekijken bij taxaties,
  • omgevingsplannen analyseren,
  • beheerplannen doornemen,
  • actuele ontwikkelingen binnen de agrarische sector volgen, etc.

Wat ik wil leren

Tijdens deze stage wil ik me verder verdiepen in de administratie- en beheersystemen die gebruikt worden, juridische aspecten, klantcontact en de veelzijdigheid van het rentmeestersvak.

Over mij

In mijn vrije tijd sport ik fanatiek. Ik loop hard, fiets, zwem en doe aan krachttraining. Daarnaast help ik zoveel mogelijk mee op ons akkerbouwbedrijf in Zuid-Beijerland, samen met mijn vader.

In de toekomst hoop ik de boerderij voort te zetten, gecombineerd met een rol binnen de rentmeesterij of makelaardij in het agrarisch vastgoed – of een andere specialisatie binnen het vakgebied.

Ik verheug me op het leren van nieuwe dingen om zo stap voor stap mijn vakkennis uit te bouwen en toe te passen. Dat gaat helemaal goedkomen!

De toenemende druk op de grond in Nederland

Als je het mij vraagt staat Nederland al jarenlang bekend als dat kleine kikkerlandje waar geen vierkante meter onbenut blijft. Waar we ooit land wonnen op de zee, lijkt de ruimte ons nu langzaam door de vingers te glippen. Van woningbouw tot natuurherstel, van infrastructuur tot energietransitie – de strijd om de vierkante meter is hevig. Ruimtegebrek en grondhonger zijn termen die vandaag de dag heel actueel zijn.

De druk op de Nederlandse grond is de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen – en daarmee ook de prijs. Deze ontwikkeling heeft grote gevolgen voor diverse sectoren, waaronder voor de agrarische sector. Wij als rentmeesterskantoor zijn nauw betrokken in dit spanningsveld.

Grondprijzen blijven stijgen

De waarde van landbouwgrond in Nederland is al jarenlang aan een gestage opmars bezig.
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland ligt inmiddels al hoger dan € 90.000 per hectare.
Vijf jaar geleden, in 2020, was dat gemiddelde nog geen € 65.000 per hectare. Deze stijging wordt gevoed door een combinatie van verschillende factoren:

1. Veranderende regelgeving

  • Veehouders kopen extra grond om hun bedrijfsvoering te verduurzamen en emissies te beperken.
  • De behoefte aan mestafzetruimte: de druk om grond te hebben voor mestplaatsing blijft groot.

2. Verstedelijking en woningbouw

  • Ruimtelijke druk op landbouwpercelen aan de rand van steden/dorpen door woningbouw en bedrijventerreinen.
  • Niet-agrarische kopers zoals gemeenten en projectontwikkelaars kopen grond met het oog op toekomstige bouw en drijven daarmee de prijzen op.

3. Opbrengsten in de landbouw

  • Hogere opbrengsten stimuleren investeren in eigen grond.

4. Schaarste aan landbouwgrond

  • Totaal areaal landbouwgrond krimpt nog altijd.
  • Beperkt aanbod van nabijgelegen percelen.
  • De schaarste van beschikbare grond vergroot de concurrentie.

5. Natuurherstel en stikstofbeleid

  • Overheden kopen grond voor natuurontwikkeling (bijv. Natuur Netwerk Nederland).
  • Boeren die stoppen verkopen steeds vaker aan niet-agrarische partijen.

6. Speculatie / belegging

  • Beleggers en particuliere investeerders stappen in, omdat grond steeds aantrekkelijker wordt als (waardevaste) investering.

Hoe is de grond in Nederland verdeeld?

Nederland heeft een totale oppervlakte van ongeveer 41.543 km², wat overeenkomt met 4.154.300 hectare. Deze oppervlakte omvat zowel land als water.

Volgens het CBS bestaat ongeveer 54% van het Nederlandse landoppervlak uit landbouwgrond, waarvan het grootste deel wordt gebruikt voor akkerbouw, grasland en tuinbouw.

Verder bestaat ongeveer 13% van Nederland uit bebouwing en infrastructuur.

Het overige deel (zo’n 34%) bestaat uit natuur, water en recreatie. De verwachting is dat het aandeel natuur in de toekomst verder zal gaan oplopen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) moet Nederland de komende 25 jaar 20-30% meer natuur aanleggen om Europese doelen voor biodiversiteit, waterkwaliteit en klimaat te halen. Als je kijkt naar de huidige verdeling van Nederland zoals hierboven omschreven, kan het bijna niet anders dan dat dit ten koste zal gaan van het aandeel landbouwgrond.

De rol van de rentmeester: bruggenbouwer tussen beleid en praktijk

De rentmeester is van oudsher de beheerder van landgoederen en agrarische gronden, maar zijn of haar rol is in de afgelopen decennia sterk verbreed. Tegenwoordig is de rentmeester een strategisch adviseur op het snijvlak van economie, landbouw, ecologie en ruimtelijke ordening.

Een rentmeester helpt grondeigenaren om keuzes te maken die zowel economisch als maatschappelijk verantwoord zijn. Wij vinden het als rentmeesterskantoor dan ook van groot belang om kennis te blijven vergaren over de actualiteiten en ontwikkelingen met betrekking tot wet- en regelgeving, marktontwikkelingen en gebiedsprocessen. Met deze kennis maken we de vertaalslag tussen beleid en de praktijk.
We zorgen er in ons vak voor dat belangen van verschillende partijen op elkaar worden afgestemd, met als doel een toekomstbestendig gebruik van de schaarse ruimte.

Conclusie

De onzekerheid in het toekomstige (landbouw)beleid is één van de bepalende factoren voor hoe de grondmarkt en de verdeling van de ruimte in Nederland zich verder gaat ontwikkelen. Nieuwe regelgeving kan de landbouwfunctie van bepaalde gronden fors gaan beperken, wat vermoedelijk zijn invloed gaat hebben op de agrarische grondprijs in specifieke regio’s. 
 
Toch is de verwachting dat de gemiddelde agrarische grondprijs voorlopig blijft stijgen. Die stijging geldt vooral voor kwalitatief goede landbouwgrond met beschikbaarheid van water. Met een sterke vraag en een beperkte beschikbaarheid, blijft dat soort grond een waardevaste en interessante investering.

Los van de prijs zal de druk op de grond in Nederland de komende jaren in ieder geval niet zomaar gaan afnemen.
 

De wolf en de zeven geitjes – en zijn terugkeer naar Nederland

Wie kent het sprookje niet? De wolf die listig de deur van het geitenhuis opent en chaos veroorzaakt. Generaties lang heeft dit verhaal ons beeld van de wolf gevormd: sluw, gevaarlijk, een roofdier dat niet te vertrouwen is. Maar sprookjes zijn geen werkelijkheid. Toch roept de herintreding van de wolf in Nederland vergelijkbare emoties op – van fascinatie tot bezorgdheid.

In deze blog besteed ik aandacht aan de herintreding van de wolf in Nederland, met cijfers, voor- en nadelen en een verwachting voor de toekomst.

Van sprookje naar realiteit – de wolf in cijfers

Na meer dan een eeuw afwezigheid is de wolf terug in ons land. Rond 1900 verdween hij uit Nederland, vooral door jacht en verlies van leefgebied. In 2015 werd de eerste wolf weer gespot, in 2018 vestigde de eerste wolf op de Noord-Veluwe en begin 2019 voegde zich hier een tweede wolf bij. Dit paartje kreeg sinds 2019 ieder jaar jongen en sindsdien groeit het aantal gestaag. In ons land zijn op dit moment 15 of 16 wolvenleefgebieden, bestaande uit 13 of 14 roedels en enkele solitaire wolven (bron: BIJ12).

De terugkeer van de wolf is geen toeval. In Europa is de soort beschermd onder de Habitatrichtlijn, waardoor jacht verboden is. Daarnaast zijn natuurgebieden beter verbonden, en er is voldoende prooi zoals reeën en wilde zwijnen. Nederland vormt een schakel in deze Europese ecologische netwerken.

Op basis van wolvenwaarnemingen komen wolven (zowel gevestigde roedels als solitaire wolven) voor in de provincies: Groningen, Friesland, Drenthe, Gelderland, Utrecht, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. Het ontbreken van gemelde wolvenwaarnemingen in de andere provincies is geen garantie dat de wolf daar inmiddels ook niet aanwezig is, sterker nog: het is onwaarschijnlijk dat de wolf zich niet over alle provincies zal verspreiden of inmiddels verspreid heeft.

De impact op mens en dier

De komst van de wolf brengt vragen met zich mee. Boeren maken zich zorgen over hun vee, natuurorganisaties zien kansen voor biodiversiteit. Er zijn subsidies voor het plaatsen van wolfwerende rasters, en er wordt gewerkt aan voorlichting om conflicten te voorkomen.

Sinds de terugkeer van de wolf in Nederland is de schade aan landbouwdieren aanzienlijk toegenomen. Volgens BIJ12 zijn er in 2024 maar liefst 795 aanvallen op landbouwdieren geregistreerd, waarbij 2445 dieren zijn gedood. Het gaat vooral om schapen, maar ook geiten, pony’s, alpaca’s en incidenteel veulens en runderen. In 2023 waren dat nog 426 aanvallen en 1417 gedode dieren, wat een stijging van ruim 86% betekent.

De provincies waar de meeste schade optreedt zijn Gelderland, Friesland en Drenthe, met enkele grote incidenten waarbij tientallen dieren in één nacht werden gedood.

Bram – de grote boze probleemwolf

Het incident waarbij wolf ‘Bram’ een kind verwondde, en wereldnieuws in Nederland werd, zorgde voor een schokgolf in Nederland. Tot dat moment werd de discussie over wolven vooral gevoerd in termen van ecologie en landbouwschade. ‘Bram’ kreeg weliswaar de meeste media aandacht, maar dit incident staat niet op zich. Zo zijn er in 2025 meldingen van bijtincidenten op de Hoge Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug en werd een boer uit Drenthe in 2023 bij een poging een wolf te verjagen in zijn arm gebeten.

Bram is inmiddels betiteld als ‘probleemwolf’, op 23 juli 2025 (2 maanden na het bijtincident) gaf de voorzieningenrechter groen licht om de vergunning tot het doden van Bram uit te voeren. Ondanks deze toestemming is Bram (voor zover bekend) nog niet gedood.  

Wat betekent de herintroductie van de wolf voor Nederland?

De herintreding van de wolf vraagt om balans. Hoe beschermen we landbouwbelangen én natuurwaarden? Hoe zorgen we dat angst niet overheerst, en verliezen we de feiten niet uit het oog? Beleidsmakers, ecologen en burgers zoeken samen naar antwoorden.

De verwachting is dat de wolvenpopulatie de komende jaren verder zal groeien, hopelijk binnen duidelijke ecologische en juridische grenzen, en brengt zowel kansen als uitdagingen. Voorstanders zien de wolf als een symbool van biodiversiteit en natuurlijke processen, terwijl tegenstanders zich zorgen maken over veeschade, veiligheid en kosten.

Het debat is nog lang niet voorbij, maar één ding lijkt zeker: de wolf is terug, en hij blijft voorlopig.

Nieuw pachtrecht neemt concrete vormen aan

In de afgelopen jaren is veel gediscussieerd over een nieuw te vormen pachtrecht. Het huidige pachtbeleid sluit niet (meer) aan op de agrarische praktijk. Vernieuwde pachtwetgeving zou duurzaamheid, langdurige zekerheid voor de pachter en rendement voor de verpachter beter moeten waarborgen. Demissionair staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, Jean Rummenie, heeft op 3 juli 2025 in een brief aan de Kamer concrete wijzigingen voorgesteld.

langlopende pachtovereenkomsten

Zowel bij pachters als verpachters bestaat de wens om landbouwgrond langdurig in gebruik te geven. In het huidige pachtstelsel kan dat uitsluitend op basis van een pachtprijs gelijk aan de regionorm. In de praktijk leidt dit tot beperkt rendement voor verpachters waardoor langdurige pachtovereenkomsten niet of nauwelijks worden afgesloten. Bestaande reguliere pachtovereenkomsten blijven ook in het nieuwe stelstel ongewijzigd.

Voor nieuw overeen te komen reguliere pachtcontracten is de pachtprijs vrij te bepalen waarbij de prijs is gekoppeld aan een agrarische prijsindexatie. De overige bepalingen van reguliere pachtovereenkomsten, zoals indeplaatsstelling- en continuatierecht blijven ongewijzigd.

Rummenie stelt in zijn brief ook een nieuwe langlopende pachtvorm voor: duurzame langlopende pacht. Deze pachtvorm, af te sluiten voor los land en gebouwen, heeft een minimale duur van 24 jaar en is eindig. Het continuatierecht geldt hier dus niet. De pachtprijs is vrij overeen te komen en is eveneens gekoppeld aan een agrarische prijsindexatie.

De huidige pachtwetgeving ziet toe op alle agrarische ingebruikgeving tot 25 jaar. Doordat de minimale looptijd van duurzame langlopende pacht op 24 jaar wordt gesteld, maar dus ook langer mogelijk is, komt deze termijn van 25 jaar in het geding. Rummenie stelt voor om de termijn voor pachtwetgeving op te rekken naar 35 jaar. Dit zou als gevolg hebben dat agrarische erfpacht, wat buiten de pachtwetgeving staat, voor minimaal 36 jaar moeten worden afgesloten.

kortlopende pachtovereenkomsten

In bepaalde situaties is het wenselijk om landbouwgrond of agrarische gebouwen slechts voor een korte periode in gebruik te geven. In het huidige stelstel wordt voor los land geliberaliseerde pacht veelvuldig gebruikt, waarbij er tot maximaal 6 jaar een vrije pachtprijs kan worden overeengekomen. Volgens veel partijen in het debat leidt dit tot onwenselijke situaties waarbij er te weinig oog is voor lange termijn effecten en duurzaamheid.

Rummenie beoogt dit een halt toe te roepen door de pachtprijs bij kortdurende pacht te maximaliseren op de regionorm. Deze kortlopende pachtvorm is voor maximaal 12 jaar af te sluiten. Wanneer er korter dan 12 jaar wordt overeengekomen is de maximale pachtprijs lager dan de regionorm. Hoe langer de termijn, hoe hoger de maximale pachtprijs. De term ‘geliberaliseerd’ wordt, logischerwijs, niet meer genoemd.

Teeltpacht blijft grotendeels ongewijzigd. Deze pachtvorm met een vrije pachtprijs is voor maximaal 2 jaar af te sluiten voor gewassen die teeltrotatie behoeven. Er zal een lijst worden opgesteld met gewassen die volgens de wetgever geen teeltrotatie behoeven en daardoor niet in aanmerking komen voor deze pachtvorm.

Bedrijfsmatigheidstoets

Voor alle pachtvormen, behoudens teeltpacht, wordt een bedrijfsmatigheidstoets ingevoerd. Deze toets wordt van belang bij indeplaatsstelling en op het moment dat de pachter de AOW-leeftijd bereikt. Op verzoek van de verpachter, moet de pachter aantonen dat de pachtgrond door de pachter bedrijfsmatig, agrarisch wordt gebruikt.

Duurzaamheidsafspraken

Op vrijwillige basis moeten verpachters en pachters meer mogelijkheden krijgen om afspraken te maken over duurzaam gebruik van de pachtgronden. De staatssecretaris stelt voor om een lijst op te stellen met toegestane duurzaamheidsvoorwaarden. Met behulp van deze lijst, worden dan de duurzaamheidsbepalingen in pachtovereenkomsten getoetst door de grondkamer.

Vervolg

Het is goed om te zien dat er concrete voorstellen liggen voor een vernieuwd pachtrecht. De politieke discussie rondom het onderwerp lijkt grotendeels geklaard en momenteel wordt een wetsvoorstel voorbereid.

De langlopende pachtvormen lijken op dit momenteel kansrijk voor zowel pachter als verpachter. Echter, voor de kortlopende pacht lijkt zich een knelpunt te ontwikkelen doordat er een maximale (vaak lage) pachtprijs gehanteerd dient te worden.

Dit rijmt niet met de praktijk waarbij de pachtprijs een belangrijk selectiecriterium is bij zowel publieke als private verpachters. Het is immers van groot belang om met het pachtstelsel vraag en aanbod bij elkaar te kunnen brengen om de toestroom naar risicovolle grijze pacht een halt toe te roepen.

Natuurinclusief boeren door de ogen van een junior rentmeester

Als junior-rentmeester hoor ik de term natuurinclusief boeren vaak voorbij komen in mijn dagelijkse werk. Het is een vorm van landbouw waarbij, naast productie, ook nadrukkelijk wordt gekeken naar gezonde bodems, biodiversiteit en klimaat.

Agrariërs zorgen natuurlijk altijd zorgvuldig voor hun land: zonder een goede bodem is er geen opbrengst. Dit roept bij mij de vraag op: waarom is natuurinclusief boeren nodig, als een agrariër al zorgvuldig met zijn land omgaat?

Op het eerste gezicht lijkt dit een terechte vraag. Het verschil zit in het doel van het beheer. Gangbare landbouw richt zich vooral op voldoende opbrengst en verzorgt de bodem voor dat doel. Natuurinclusief boeren gaat verder: het combineert productief beheer met maatregelen die bijdragen aan biodiversiteit, bodemkwaliteit en klimaatbestendigheid op de lange termijn.

Voordelen voor natuur en wild

Natuurinclusief boeren biedt niet alleen voordelen voor de bodem en de gewassen, maar ook voor insecten en wild in en rond landbouwgebieden.

Bijen zijn voor de land- en tuinbouw belangrijk. Reeën, hazen en allerlei vogelsoorten vinden in kruidenrijke graslanden, houtwallen en akkerranden voedsel en beschutting.

Waar grote monoculturen minder leefruimte bieden, zorgt afwisseling in het landschap voor een gevarieerd geheel van leefgebieden. Dit komt niet alleen de dieren ten goede, maar kan het landschap ook aantrekkelijker maken voor mensen en recreatie.

Wat is natuurinclusief boeren?

Het concept natuurinclusief boeren is rond 2014 door het ministerie van Landbouw geïntroduceerd, met als doel landbouw en natuur dichter bij elkaar te brengen. Kort gezegd betekent het dat agrariërs productief blijven, maar tegelijkertijd meer rekening houden met natuur, landschap en biodiversiteit.

Vergeleken met gangbare landbouw houdt dit vaak in: minder kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, meer variatie in gewassen of graslanden, en ruimte voor landschapselementen zoals heggen en houtwallen.

Het onderwerp is in 2025 nog steeds actueel door het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), de aandacht voor biodiversiteit en de toenemende duurzaamheidseisen in pachtvoorwaarden.

Wat betekent dit voor de rol van de rentmeester?

Voor rentmeesters en grondeigenaren heeft natuurinclusief boeren steeds meer invloed op pacht en samenwerking:

1. Pachtvoorwaarden
Het komt voor dat pachtovereenkomsten duurzaamheidscriteria bevatten. Voorbeelden zijn het inzaaien van een bepaald percentage kruidenrijk grasland of afspraken over het gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen.

Soms zijn er beloningen voor pachters die investeren in natuurvriendelijke maatregelen, zoals langere contracten, wat automatisch voordelen oplevert voor pachters die deze maatregelen nemen.

Daarnaast kan de score van een bedrijf binnen het GLB, bijvoorbeeld goud, een belangrijke rol spelen.

2. Relatie met de pachter
De samenwerking verandert. Waar vroeger vooral werd gekeken naar naleving van regels, is nu meer gesprek nodig over wat haalbaar is, hoe de wensen van de verpachter aansluiten bij de agrarische bedrijfsvoering en hoe de grondeigenaar daarin kan ondersteunen. Vertrouwen en wederzijds begrip zijn daarbij cruciaal.

3. Rol van de rentmeester
Als rentmeester sta je tussen beleid en praktijk. Overheden en natuurorganisaties formuleren ambities, terwijl pachters zich richten op hun dagelijkse werkzaamheden op het land. De uitdaging is die werelden te verbinden: beleid vertalen naar realistische afspraken en zorgen dat agrariërs zich gehoord voelen.

Wat valt mij op als junior?

Wat mij opvalt, is de grote variatie in natuurinclusief boeren. Er is geen vast concept; het is een verzameling principes dat elke agrariër op zijn eigen manier invult. Sommige pachters zijn enthousiast en experimenteren graag, terwijl anderen meer volgend zijn en op een ander moment natuurinclusieve maatregelen nemen.

Juist die verschillen maken duidelijk dat natuurinclusief boeren maatwerk is, waarbij iedere agrariër zijn eigen weg kiest.

Aanpassing pachtprijzen 2025

Staatssecretaris van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de heer J. Rummenie, heeft de pachtnormen bekend gemaakt die gelden vanaf 1 juli 2025. Jaarlijks worden per 1 juli de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor akkerbouw- en grasland, tuinland, agrarische gebouwen en agrarische woningen vastgesteld.

Stijging in alle pachtprijsgebieden

De pachtnormen voor los bouw- en grasland zijn gebaseerd op de bedrijfsresultaten van middelgrote en grote akkerbouw- en melkveebedrijven in de periode 2019-2023. Op basis hiervan stijgen in 13 van de 14 pachtprijsgebieden de pachtnormen 2025 ten opzichte van de pachtnormen 2024. Dit varieert van een stijging van 2% in de Bouwhoek en Hogeland, het Noordelijk weidegebied en Zuidwest-Brabant, tot 10% in de Veenkoloniën en Oldambt, en het Oostelijk veehouderijgebied. In de pachtregio IJsselmeerpolders is de pachtnorm met 5% gedaald.

In de melkveehouderij is een gemiddeld inkomensjaar (2018) vervangen door een jaar (2023) met een hoog inkomen. In de akkerbouw lag het landelijk inkomen in 2018 al ruim boven het langjarig gemiddelde; in 2023 was het inkomen zelfs nog aanzienlijk hoger.

Voor tuinland, bestemd voor bollenteelt, vollegrondsgroenteteelt en boomkwekerijen, worden twee gebieden onderscheiden: Westelijk Holland en de rest van Nederland. In beide gebieden zijn de pachtnormen voor 2025 opnieuw gestegen. In Westelijk Holland is de stijging met 8% en voor de rest van Nederland 12%.

Regionormen variëren

De regionormen variëren:

  • een verhoging van 2% tot 10% in het Noordelijk weidegebied, Bouwhoek en Hogeland, Hollands/Utrechts weidegebied, Rivierengebied en het Oostelijk veehouderijgebied;
  • een stijging van 2% tot 10% in Zuidwest-Brabant, Veenkoloniën en Oldambt, Zuid-Limburg, Zuidelijk veehouderijgebied, Centraal veehouderijgebied en Westelijk Holland
  • een daling van 5% in IJsselmeerpolders;
  • een toename van 6% tot 8% in het Waterland en Droogmakerijen en het Zuidwestelijk akkerbouwgebied.

pachtprijs gronden

  • in de gebieden met een gemengd karakter (akkerbouw en melkveehouderij) stijgt de regionorm met 2% tot 10%;
  • in de melkveehouderijgebieden neemt de regionorm toe met 2% tot 10%;
  • in de akkerbouwgebieden varieert de regionorm van -5% tot +9%.

pachtprijs gebouwen

  • De pachtprijs voor agrarische bedrijfsgebouwen wordt verhoogd met 4,58%.
  • De pachtprijs voor woningen bij pachtovereenkomsten van voor 1 september 2007 stijgt met 5,0%. Voor agrarische woningen met pachtovereenkomsten die op of na 1 september 2007 zijn ingegaan, worden de maximale huurprijsgrenzen afgeleid van het puntenstelsel uit het huurprijsbeleid voor zelfstandige woonruimten. Met de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur per 1 juli 2024 is de jaarlijkse indexatie van de maximale huurprijsgrenzen verschoven van 1 juli naar 1 januari.

De maximale huurprijsgrenzen voor zelfstandige woonruimten zijn per 1 juli 2024 eenmalig geïndexeerd met 3,1%. Per 1 januari 2025 zijn de maximale huurprijsgrenzen geïndexeerd met 2,32%.  

Meer informatie treft u hier aan:

Platform open overheidsinformatie

De aanpassing werkt van rechtswege door in bestaande pachtovereenkomsten. De wijziging van de pachtprijs hoeft niet goedgekeurd te worden door de Grondkamer. De nieuwe pachtprijs gaat in bij aanvang van het nieuwe pachtjaar na 1 juli 2025.