Overslaan en naar de inhoud gaan

Het belang van voldoende zoet water voor de landbouw


Geschreven door
Pieter Kerkstra

Nederland kent een hoogproductieve landbouw. Agrarische ondernemers realiseren hoge producties in de akkerbouw, (melk)veehouderij, fruitteelt, glastuinbouw en andere sectoren.

Water is voor deze sectoren een essentiële productiefactor. Water zorgt voor groei door opname van voedingsstoffen en opbrengstvorming. In Nederland neemt het belang van de beschikbaarheid van zoet water voor plantaardige productie voortdurend toe. In deze blog komen een aantal aspecten aan de orde.

Klimaatverandering

We ervaren dat de zomers warmer en droger worden. Steeds vaker kennen we langere periodes zonder regen en hogere temperaturen dan we gewend zijn.

Om landbouwgewassen aan de groei te houden en te beschermen tegen verdroging, is de beschikbaarheid van zoet water steeds belangrijker geworden. De mogelijkheid om een gewas te kunnen beregenen uit oppervlaktewater of grondwater kan bepalend zijn voor het wel of niet realiseren van voldoende opbrengst.

Die beschikbaarheid van zoet water staat onder druk doordat er minder regen valt in bepaalde periodes en door minder aanvoer van zoet water uit het buitenland door de rivieren. Deze aanvoer neemt af door minder regen en minder sneeuw in het achterland van Nederland.

Verzilting

Met het afnemen van de hoeveelheid zoet water neemt het risico op verzilting toe. De aanwezigheid van zoet water in het watersysteem vormt een barrière tegen de druk van zout water uit de ondergrond of uit de zee. Dit is vooral aan de orde in de kustgebieden.

Als het water in sloten, grondwater of beregeningswater te zout wordt, kunnen gewassen schade oplopen en is het water niet geschikt voor beregening. Waterschappen nemen dan ook maatregelen om verzilting van het water tegen te gaan.

Deze maatregelen zien op het vasthouden en inlaten van zoet water in de peilgebieden om tegendruk te geven aan zoute kwel. Dat inlaten van zoet water komt in een periode van droogte onder druk te staan door een lagere aanvoer van zoet water door de grote rivieren. En door het wegvallen van die waterstroom, kan het zoute water vanuit de zee verder landinwaarts komen, de zogenaamde zouttongen. Op het moment dat een zouttong een inlaatpunt van zoet water bereikt, is dit inlaatpunt niet meer bruikbaar. Dit zet vervolgens de beschikbaarheid van zoet water in de achterliggende gebieden onder druk.

Waterbeheer

Van oorsprong is het watersysteem in het landelijk gebied vooral gericht op het voorkomen van wateroverlast door hemelwater af te voeren. Via drainage, greppels, sloten, hoofdwatergangen, poldergemalen naar de rivieren en uiteindelijk de zee in. In de loop van de jaren is er meer aandacht gekomen voor verdroging door lagere grondwaterstanden en nu ook door afnemende regenval in de zomer. Maatregelen worden genomen om water in gebieden vast te houden. Dit heeft meerdere kanten.

Vasthouden geeft water tijd om in de grond te zakken en daarmee het grondwater aan te vullen. Vasthouden voorkomt in bepaalde gebieden daling van het maaiveld. En in tijden van overvloedige regenval is met het vasthouden van water de afvoer te reguleren en daarmee wateroverlast elders te voorkomen.

Waterbeheer in de landbouw

De agrarische sector treft maatregelen om in droge perioden te kunnen beschikken over voldoende zoet water. Vooral in gebieden waar geen of beperkt oppervlaktewater aanwezig is om te beregenen, investeren agrariërs in voorzieningen, waarvan hieronder enkele voorbeelden worden gegeven.

Peilgestuurde drainage

Met peilgestuurde drainage wordt water niet alleen afgevoerd, maar is het ook mogelijk om een deel van het water vast te houden in de bodem. Het drainagesysteem wordt zo aangepast dat het niveau waarop het water wordt afgevoerd, gestuurd kan worden. Een stap verder is dat via drainagebuizen water wordt aangevoerd in de bodem.

Waterbassins als voorraad

Agrariërs investeren in de aanleg van waterbassins. Deze bassins worden gevuld in de periode dat er een overschot aan water is. In perioden van droogte is dit water beschikbaar voor beregening. Afhankelijk van de verkaveling wordt het water gedistribueerd met leidingen of transport over de weg.

Zoetwaterbellen benutten

Een praktijksituatie is een akkerbouwer die drainwater infiltreert in een zoetwaterbel in de bodem. In het kort komt het erop neer dat drainagewater wordt verzameld en bij voldoende kwaliteit geïnfiltreerd wordt in de bodem. Voor beregening wordt dit water later weer via een bron opgepompt en op het land gebracht.

Slimmer beregenen

Het beregenen van gewassen met het waterkanon of sproeiboom is bekend. Met deze methoden wordt het water volvelds opgebracht. Door aanpassing van het teeltsysteem kan heel efficiënt met water worden omgegaan.

In de glastuinbouw is het gebruikelijk om heel specifiek het water bij het plantje te brengen. Een soortgelijke methodiek is in opkomst bij de teelt van zaaiuien. Met het zaaien van de uien worden waterslangen in het zaaibed gelegd. Deze slangen worden aangesloten op een centrale unit die vervolgens het water met de benodigde meststoffen distribueert naar het zaadje en later het plantje. Op deze wijze worden water en meststoffen zeer efficiënt ingezet. Onderzocht wordt of een dergelijk systeem ook bruikbaar is in andere gewassen.

Gewaskeuze als strategie

Het teeltplan heeft invloed op de behoefte aan water. Een gewas als wintertarwe is over het algemeen voldoende ontwikkeld op het moment dat er een eventuele droge periode in de zomer komt.

Van zaaiuien is bekend dat akkerbouwers in Zeeland dit gewas niet meer telen vanwege het ontbreken van water voor beregening; het is in droge jaren moeilijk om zonder beregening een volwaardig gewas te telen. Zo maakt iedere plantenteler keuzes binnen de mogelijkheden die er zijn.

Onderzoek wordt gedaan naar gewassen die in het najaar worden gezaaid of geplant en oogstrijp zijn op het moment dat droge perioden aanbreken. Een andere ontwikkeling betreft onderzoek naar de zouttolerantie van gewassen. Zijn er gewassen beschikbaar die onder zoutere omstandigheden kunnen groeien of een hoger zoutgehalte in het water verdragen?

Zoet water als strategische factor voor de landbouw

Zoet water vormt de basis van een groot deel van onze landbouwproductie. Om gewassen te kunnen telen die voldoende produceren en weerbaar zijn tegen ziekten en plagen, is zoet water essentieel.

Afhankelijk van het gebied waar de agrariër het bedrijf exploiteert, zijn er mogelijkheden om op bedrijfsniveau in te spelen op veranderende weersomstandigheden. In onze praktijk zien we ook een goede samenwerking tussen agrariërs en waterschappen om een voldoende aanbod van zoet water te hebben voor beregening.

Voor beleggers in landbouwgrond is de beschikbaarheid van zoet water bij een landbouwperceel steeds vaker een factor die wordt meegewogen bij de aankoop van grond.

Verder zien we in 2026 dat de landbouw moet concurreren met andere partijen om zoet water: om verzilting en daling van het grondwater tegen te gaan, stellen waterschappen regionaal beregeningsverboden in met alle gevolgen van dien voor de gewassen op het land. Het watersysteem ontwikkelt zich van een afvoersysteem ook naar een systeem van waterberging en watervoorziening.